Leynan Importante

No Comments »

Openbaarheid van Bestuur

Sunday, June 15th, 2008

Landsverordening houdende regels inzake de openbaarheid van bestuur

 

Citeertitel:   Landsverordening openbaarheid van bestuur

 

Vindplaats : AB 1999 no. 12 (Inwtr. AB 1999 no. 57)

 

Wijzigingen: AB 2006 no. 16

 

===============================================

 

                                            HOOFDSTUK 1

                                                Definities

 

                                                 Artikel 1

 

1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

de Minister    :    de minister wie het aangaat;

document      :    een bij de Minister berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat.

2. Onder een document als bedoeld in het eerste lid, wordt niet begrepen een schriftelijk stuk of ander materiaal, dat ingevolge een overeenkomst met een derde aan de overheid is afgegeven om daar te berusten.

 

                                            HOOFDSTUK 2

                                   Openbaarmaking op verzoek

 

                                                 Artikel 2

 

1. Een ieder kan de Minister schriftelijk verzoeken om informatie, neergelegd in documenten.

2. De minister, belast met administratieve zaken kan nadere regels stellen omtrent de wijze van indiening van verzoeken om informatie alsmede omtrent de wijze waarop de informatie verstrekt wordt.

 

                                                 Artikel 3

 

1. De Minister verstuurt aan de verzoeker onverwijld een bewijs, met daarop de datum van ontvangst, ter zake van de ontvangst van een verzoek om informatie.

2. Op een verzoek om informatie beslist de Minister zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie weken na de ontvangst van het verzoek.

3. De Minister deelt de beslissing op het verzoek schriftelijk aan de verzoeker mede; een gehele of gedeeltelijke afwijzing wordt gemotiveerd.

4. Is afhandeling binnen drie weken na ontvangst niet mogelijk, dan kan de Minister deze termijn eenmaal met ten hoogste drie weken verlengen. De Minister stelt de verzoeker hiervan tijdig schriftelijk en onder opgave van redenen op de hoogte.

 

                                                 Artikel 4

 

1. De Minister geeft gevolg aan het verzoek door van de documenten waarop het verzoek betrekking heeft:

a.  kopie te geven of de letterlijke inhoud in andere vorm te verstrekken,

b.  een schriftelijke samenvatting van de inhoud te verstrekken,

c.   lezing van de inhoud toe te staan, of

d.  mondeling informatie omtrent de inhoud te doen verstrekken.

2. Bij het kiezen van de vorm waarin aan het verzoek gevolg wordt gegeven, wordt rekening gehouden met de voorkeur van de verzoeker, met het belang van een vlotte voortgang van de werkzaamheden van de administratie en met de artikelen 8 en 9.

3. Indien informatie wordt verstrekt op een wijze als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, is verzoeker daarvoor retributie verschuldigd.

 

                                            HOOFDSTUK 3

                             Openbaarmaking uit eigen beweging

 

                                                 Artikel 5

 

De Minister verstrekt uit eigen beweging en op een door hem te bepalen wijze, informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder inbegrepen, zodra dat in het belang is van een goed en democratisch bestuur.

 

                                                 Artikel 6

 

1. Onverminderd het tweede lid, maakt de Minister openbaar:

a.  de adviezen die de Raad van Advies ingevolge artikel 17 van de Landsverordening Raad van Advies (AB 1992 no. GT 3) uitbrengt;

b.  de adviezen van de Algemene Rekenkamer;

c.   de adviezen van de bij landsverordening ingestelde vaste colleges van advies in zaken van wetgeving en bestuur;

d.  andere krachtens een landsverordening verplicht uitgebrachte adviezen.

2. De openbaarmaking van adviezen betreffende wettelijke regelingen geschiedt door de minister van Justitie.

3. Openbaarmaking geschiedt door een advies gedurende ten minste drie weken ter inzage te leggen in de Biblioteca Nacional. De terinzagelegging wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba.

     4. Van ter inzage gelegde documenten kunnen afschriften worden gemaakt.

 

                                                 Artikel 7

 

1. De openbaarmaking van adviezen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, geschiedt, voor zover het betreft:

a.  adviezen over door de regering bij de Staten ter goedkeuring aan te bieden ontwerpen van landsverordeningen alsmede adviezen over ontwerpen van rijkswetten: gelijktijdig met de indiening van het ontwerp bij de Staten;

b.  adviezen over ontwerpen van landsverordeningen door de Staten aan de regering ter vaststelling voor te dragen: gelijktijdig met de voordracht van het ontwerp aan de regering;

c.   adviezen over algemene maatregelen van rijksbestuur en van landsbesluiten, houdende algemene maatregelen: gelijktijdig met de plaatsing van de desbetreffende wettelijke regeling in het Afkondigingsblad van Aruba;


d.  adviezen over voorstellen tot goedkeuring van verdragen, voor zover deze goedkeuring niet in de vorm van een rijkswet geschiedt: binnen een week nadat het advies is uitgebracht.

2. Indien de openbaarmaking van adviezen als bedoeld in het eerste lid, niet kan geschieden op het daar aangegeven moment, geschiedt deze zo spoedig mogelijk daarna.

3. De overige adviezen worden binnen vier weken nadat zij zijn uitgebracht, openbaar gemaakt, tenzij de Minister tijdig in de Landscourant van Aruba een ander tijdstip heeft bekendgemaakt.

 

                                            HOOFDSTUK 4

Uitzonderingen op de openbaarmaking

 

                                                 Artikel 8

 

1. Het verstrekken van informatie blijft achterwege, voor zover dit:

a.  de eenheid van de regering in gevaar zou kunnen brengen;

b.  de veiligheid van het Land zou kunnen schaden;

c.   informatie betreft, afkomstig van een bestuursorgaan van een ander land van het Koninkrijk, die in het desbetreffende land op grond van de aldaar geldende wettelijke regelingen niet zou worden verstrekt;

d.  bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld.

2. Het verstrekken van informatie blijft voorts achterwege, voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen een van de navolgende belangen:

a.  de economische of financiële belangen van het Land;

b.  de opsporing en vervolging van strafbare  feiten;

c.   het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften;

d.  de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

e.  het belang dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie;

f.   het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel van derden.

 

                                                 Artikel 9

 

1. Het verstrekken van informatie over gegevens uit documenten, opgesteld ten behoeve van een beraad over een bestuurlijke aangelegenheid, blijft achterwege voor zover die gegevens nog in bewerking zijn of voor zover die gegevens betrekking hebben op opvattingen, voorstellen, aanbevelingen of conclusies van een of meer personen over het beleid van de Minister en de daartoe door deze of dezen aangevoerde argumenten. Over de in de desbetreffende documenten vervatte feitelijke gegevens en de daaruit afgeleide prognoses en beleidsalternatieven wordt, behoudens artikel 8, wel informatie verstrekt.

2. Onder een bestuurlijke aangelegenheid in de zin van het eerste lid wordt verstaan een aangelegenheid die betrekking heeft op beleid van de regering of de Minister, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering daarvan.

 

                                                Artikel 10

 

In afwijking van de artikelen 8 en 9, eerste lid, blijft het verstrekken van informatie uit documenten, ouder dan dertig jaren, slechts achterwege, indien sprake is van een omstandigheid als genoemd in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel c of tweede lid, aanhef en onderdeel d of f.

 

                                            HOOFDSTUK 5

                                  Overgangs- en slotbepalingen

 

                                                Artikel 11

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan de onderhavige landsverordening van overeenkomstige toepassing worden verklaard op zelfstandige bestuursorganen.

 

                                                Artikel 12

 

Artikel 17 van de Landsverordening Sociaal-Economische Raad (AB 1987 no. 103) vervalt.

 

                                                Artikel 13

 

1. Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip.

2. Zij kan worden aangehaald als Landsverordening openbaarheid van bestuur.

 

No Comments »

Kiesverordening

Sunday, June 15th, 2008

LANDSVERORDENING, houdende regelen betreffende het kiesrecht en de verkiezingen van de leden van de Staten van Aruba

 

Citeertitel:   Kiesverordening

 

Vindplaats : AB 1987 no. 110

 

Wijzigingen: AB 1994 no. 30; AB 1997 no. 34; AB 2001 no. 100

 

===============================================

 

                                             HOOFDSTUK I

 

                                        Algemene bepalingen

 

                                                 Artikel 1

 

Voor de toepassing van deze landsverordening en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften wordt verstaan onder:

Staten                 :  de Staten van Aruba;

ingezetenen         :  zij die werkelijke woonplaats hebben in Aruba;

hoofdstembureau  :  het hoofdstembureau, volgens deze landsverordening benoemd voor de verkiezing van de Staten.

 

                                                 Artikel 2

 

Voor de toepassing van deze landsverordening en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften worden behoudens bewijs van het tegendeel, geacht in Aruba werkelijke woonplaats te hebben zij die in het bevolkingsregister van Aruba staan ingeschreven.

 

                                            HOOFDSTUK II

 

                                                Kiesrecht

 

                                                 Artikel 3

 

De leden van de Staten worden rechtstreeks gekozen door degenen die op de dertigste dag vóór die der kandidaatstelling, bedoeld in artikel 15, ingezetenen zijn, mits zij Nederlander zijn en de leeftijd van achttien jaren op de dag van de stemming hebben bereikt.

 

                                                 Artikel 4

 

Van het kiesrecht is uitgesloten:

a.  hij die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht is ontzet;

b.  hij die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens een geestelijke stoornis onbekwaam is rechtshandelingen te verrichten.

 

                                                 Artikel 5

 

1. Bij landsbesluit houdende algemene maatregelen kunnen, zo nodig in afwijking van deze landsverordening, regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van het kiesrecht door personen aan wie rechtmatig hun vrijheid is ontnomen.

2. Een landsbesluit, houdende algemene maatregelen, als bedoeld in het eerste lid, treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Afkondigingsblad waarin het is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de Staten.

 

                                            HOOFDSTUK III

 

                                         Het Kiezersregister

 

                                                 Artikel 6

 

Door de zorg van de minister van Algemene Zaken wordt een kiezersregister bijgehouden, vermeldende de in het bevolkingsregister opgenomen kiesgerechtigde personen.

 

                                                 Artikel 7

 

1. Het kiezersregister wordt gehouden in de vorm van een kaartregister. Elke kaart vermeldt de gegevens van één kiezer.

2. De kaarten van het kiezersregister worden in alfabetische volgorde naar de namen der kiezers gerangschikt. De kaart voor een gehuwde vrouw kan evenwel onmiddellijk na die van haar echtgenoot worden geplaatst.

3. De kaarten kunnen stemdistrictsgewijze en, desgewenst, straatsgewijze worden gerangschikt. In het laatste geval behoeft de alfabetische volgorde niet in acht te worden genomen.

4. De vorm, de inrichting en de kleur van de kaart voor het kiezersregister worden geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

5. In afwijking van het vorenstaande kunnen, in plaats van de in de voorgaande leden bedoelde kaarten, ponskaarten of metalen plaatjes worden gebezigd.

6. De tot het bevolkingsregister behorende gezins- of persoonskaarten kunnen, voor zover zij op de kiezers betrekking hebben, als kiezersregister worden aangemerkt en als zodanig worden gebezigd. Het gestelde in de voorgaande leden is alsdan niet van toepassing.

7. Eveneens kunnen als kiezersregister worden aangemerkt en als zodanig worden gebezigd de ponskaarten of metalen plaatjes, welke deel uitmaken van een register, bevattende gegevens van alle in het bevolkingsregister opgenomen personen, voor zover deze kaarten of plaatjes op kiezers betrekking hebben. Het gestelde in het eerste tot en met het vierde lid is alsdan niet van toepassing.

 

                                                 Artikel 8

 

1. Van elke kiezer worden in het kiezersregister vermeld de geslachtsnaam, de voornamen, de plaats en de datum van geboorte, het adres, alsmede het nummer van het stemdistrict waartoe de kiezer behoort. Gehuwde vrouwen en weduwen worden in het kiezersregister vermeld met de geslachtsnaam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot, onder toevoeging van haar eigen geslachtsnaam, voorafgegaan door het woord “geboren” of een afkorting van dit woord.

2. De kiezer wiens adres niet bekend is, behoort tot een door het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister bepaald stemdistrict, dat aan de hand van omstandigheden als het meest doelmatige kan worden beschouwd.

3. Wanneer voor het kiezersregister gebruik gemaakt wordt van de tot het bevolkingsregister behorende gezins- of persoonskaarten, blijft het bepaalde in het eerste lid buiten toepassing.

 

 

                                                 Artikel 9

 

1. De minister van Justitie en Publieke Werken draagt zorg dat van elke uitsluiting van kiesrecht, als bedoeld in artikel 4, aan de minister van Algemene Zaken zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan, met vermelding van naam, voornamen, adres, datum en plaats van geboorte, zomede van de duur der uitsluiting. Overeenkomstige mededeling vindt plaats van herstel in het kiesrecht en van elke verlening van het Nederlanderschap. Door de zorg van de minister van Algemene Zaken wordt van evenbedoelde mededelingen aantekening gehouden in het kiezersregister.

2. De minister van Algemene Zaken stelt na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling betrokkene bij aangetekende brief in kennis van zijn uitsluiting en duur daarvan.

 

                                                Artikel 10

 

1. De minister van Algemene Zaken is verplicht, desverlangd, aan een ieder kosteloos de inlichtingen uit het kiezersregister te verstrekken, waaruit deze kan opmaken, of hij zelf of een ander daarin al dan niet of niet behoorlijk is opgenomen.

2. Aan degene die ingevolge het bepaalde in artikel 16 een kandidatenlijst heeft ingeleverd, worden op diens verzoek ten hoogste twee afschriften van het Kiezersregister kosteloos verstrekt.

 

                                                Artikel 11

 

1. Een ieder is te allen tijde bevoegd bij het gerecht in eerste aanleg aanvulling of verbetering van het kiezersregister te verzoeken op grond dat hij of een ander in strijd met de bepalingen van deze landsverordening daarin al dan niet of niet behoorlijk is opgenomen. Voor het verzoek wordt gebruik gemaakt van een formulier dat bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister kosteloos verkrijgbaar is.

2. Ongeacht de bevoegdheid in het eerste lid vermeld, vindt in een jaar waarin een verkiezing wordt gehouden, het bepaalde in de tweede volzin van artikel 33, tweede lid, toepassing ten aanzien van elk verzoek, ingediend uiterlijk op de vijfde dag na de in de eerste volzin van genoemd artikellid bedoelde datum.

 

                                                Artikel 12

 

1. Indien het verzoek om verbetering van het kiezersregister een ander dan de verzoeker betreft, doet de griffier van het gerecht in eerste aanleg aan die ander daarvan uiterlijk daags na ontvangst van het verzoekschrift bij aangetekende brief mededeling.

2. Het verzoek om verbetering van het kiezersregister wordt onverwijld ter griffie van het gerecht in eerste aanleg neergelegd en ligt aldaar gedurende drie dagen voor een ieder ter inzage.

3. Een ieder is tot uiterlijk drie dagen na afloop van de in het tweede lid bedoelde termijn tot tegenspraak van het verzoek bevoegd. De tegenspraak wordt schriftelijk bij de rechter ingediend.

4. De rechter kan nader bewijs of verhoor van partijen bevelen.

5. Uiterlijk achttien dagen na de indiening van het verzoekschrift doet de rechter uitspraak en beveelt, indien de uitspraak daartoe leidt, aanvulling of verbetering van het kiezersregister. Tegen de beslissing van de rechter staat geen hogere voorziening open.

6. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden vastgesteld de vorm en de inrichting van het verzoekschrift tot aanvulling of verbetering van het kiezersregister, bedoeld in artikel 11.

 

                                                Artikel 13

 

1. Van de rechterlijke uitspraken, in het vijfde lid van artikel 12 bedoeld, geeft de griffier binnen driemaal vierentwintig uur kennis aan de minister van Algemene Zaken.

2. Door de zorg van de minister van Algemene Zaken wordt het kiezersregister onverwijld overeenkomstig deze uitspraken gewijzigd.

 

                                            HOOFDSTUK IV

 

                                          Hoofdstembureau

 

                                                Artikel 14

 

1. Voor de verkiezing van de Staten treedt de Electorale Raad als hoofdstembureau op.

2. Ten behoeve van de werkzaamheden als hoofdstembureau wordt het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister als adviserend lid aan de Electorale Raad toegevoegd.

 

                                            HOOFDSTUK V

 

                                          Kandidaatstelling

 

                                                Artikel 15

 

De dag der kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Staten wordt bij landsbesluit bepaald op een tijdstip, gelegen tussen de negentigste en de tachtigste dag vóór het einde van de zittingsduur van de Staten, dan wel vóór het tijdstip waarop de ontbinding van de Staten ingaat.

 

                                                Artikel 16

 

1. Op de dag der kandidaatstelling kunnen bij de Electorale Raad geregistreerde politieke partijen bij de voorzitter van het hoofdstembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat bureau, ter plaatse waar dat bureau is gevestigd, van des voormiddags negen uur tot des namiddags vier uur kandidatenlijsten inleveren. Voor deze lijsten wordt gebruik gemaakt van formulieren die bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister kosteloos verkrijgbaar zijn.

2. De inlevering der lijst geschiedt persoonlijk door de bij de Electorale Raad geregistreerde gemachtigde of plaatsvervangend gemachtigde van de partij. De kandidaten kunnen daarbij tegenwoordig zijn.

3. De voorzitter van het hoofdstembureau of het ingevolge het eerste lid aangewezen lid van dit bureau stelt een bewijs van ontvangst ter hand aan degene die de lijst inlevert. Het tijdstip van inlevering wordt op de lijst en op het bewijs van ontvangst vermeld.

4. Drie weken voor de dag der kandidaatstelling geschiedt van het bij het eerste lid bepaalde door of namens de voorzitter van het hoofdstembureau openbare kennisgeving.

5. De vorm en de inrichting van de kandidatenlijst worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

 

                                                Artikel 17

 

1. Elke kandidatenlijst dient te worden ondersteund door een aantal kiezers, dat gelijk is aan ten minste één procent van de som der stemcijfers, welke bij de laatstgehouden verkiezing voor de Staten door het hoofdstembureau zijn vastgesteld, naar boven afgerond tot een geheel getal.

2. De ondersteuning, in het eerste lid bedoeld, geschiedt door het plaatsen van handtekeningen op elke kandidatenlijst door de in artikel 33, tweede lid, bedoelde kiezers bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister gedurende zeven dagen volgende op die der indiening der lijsten van negen uur des voormiddags tot half negen des namiddags.

3. Eenzelfde kiezer mag niet meer dan één lijst of één afschrift daarvan ondertekenen.

4. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet ten aanzien van een kandidatenlijst van een politieke partij aan welker kandidatenlijst bij de laatstgehouden verkiezing een of meer zetels zijn toegekend.

 

                                                Artikel 18

 

1. De kandidaten worden met vermelding van hun naam, voorletter, datum van geboorte, alsmede woonplaats en adres op kandidatenlijsten geplaatst in de volgorde waarin door de personen namens wie de lijst wordt ingeleverd, aan hen de voorkeur wordt gegeven. De voorletters mogen geheel of ten dele door de voornamen worden vervangen.

2. Indien de kandidaat is een gehuwde vrouw of weduwe, wordt zij op de lijst vermeld, hetzij met de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot onder toevoeging van haar eigen naam, voorafgegaan door het woord “geboren” of een afkorting van dit woord, hetzij alleen met haar eigen naam.

3. Op een kandidatenlijst mogen ten hoogste acht kandidaten meer worden geplaatst dan het aantal te verkiezen leden.

4. De naam van éénzelfde kandidaat mag niet voorkomen op meer dan een van de lijsten welke bij het hoofdstembureau zijn ingeleverd.

 

                                               Artikel 18a

 

Boven de lijst wordt de bij de Electorale Raad geregistreerde aanduiding van de partij geplaatst.

 

                                                Artikel 19

 

1. Bij de lijst worden overgelegd:

a.  de schriftelijke verklaring van iedere daarop voorkomende kandidaat, dat hij bewilligt in zijn kandidaatstelling op deze lijst; voor

deze verklaring wordt gebruik gemaakt van een formulier dat bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister kosteloos verkrijgbaar is, en waarvan de vorm en de inrichting worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen; indien de kandidaat zich buiten Aruba bevindt, is de verklaring niet aan enig formulier gebonden en kan zij ook telegrafisch geschieden;

b.  de schriftelijke verklaring, bedoeld bij artikel 20, tweede lid;

c.   een zwart-wit foto van vier bij zes cm., gevende een duidelijk en goedgelijkend beeld van de hoogst geplaatste kandidaat;

2. Een overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, overgelegde verklaring van bewilliging kan niet worden ingetrokken.

 

 

 

                                                Artikel 20

 

1. Op naam van een der personen die voorkomen in het kiezersregister moet voor elke in te leveren lijst een bedrag van Afl. 1000,- ten kantore van de ontvanger der directe belastingen worden gestort.

2. Ten kantore als in het eerste lid bedoeld, wordt van de storting van het daar genoemd bedrag een schriftelijke verklaring afgegeven. Deze verklaring moet bij de indiening van de lijst worden ingeleverd.

3. Na de vaststelling van de uitslag der verkiezing wordt het in het eerste lid bedoeld bedrag aan de rechthebbende teruggegeven, tenzij:

a. de lijst waarvoor het bedrag is gestort ongeldig is verklaard;

b.  het stemcijfer van de lijst waarvoor het bedrag is gestort, lager is dan de kiesdeler, bedoeld in artikel 91.

4. In het geval dat het gestorte bedrag niet teruggegeven, wordt aan hem te wiens name het is gestort, vervalt het aan de Landskas.

5. De vorm en de inrichting van de in het tweede lid bedoelde verklaring worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

 

                                                Artikel 21

 

1. Binnen acht dagen na de openbaarmaking van de uitslag der verkiezing overeenstemming artikel 101 zendt de voorzitter van het hoofdstembureau aan de ontvanger der directe belastingen een opgave, betreffende de bedragen welke moeten worden teruggegeven alsmede betreffende de bedragen welke ingevolge artikel 20, vierde lid, aan de Landskas vervallen.

2. Teruggave door de ontvanger zoals in het eerste lid bedoeld, geschiedt binnen acht dagen na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek van de belanghebbende.

 

 

 

                                                Artikel 22

 

1. Op de derde dag na het verloop van de termijn, bedoeld in artikel 17, tweede lid, houdt het hoofdstembureau een zitting tot het onderzoeken van de lijsten.

2. Indien bij het onderzoek blijkt van een der navolgende verzuimen, geeft het hoofdstembureau uiterlijk op de daarop volgende dag tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan hem die de lijst heeft ingeleverd:

a.  dat de lijst niet is ondersteund door het vereiste aantal bevoegde kiezers; bij de beoordeling of een lijst voldoet aan deze eis, blijven buiten aanmerking de ondertekenaars die meer dan één lijst of afschrift van een lijst hebben ondertekend;

b.  dat een kandidaat niet is vermeld met zijn naam, voornamen of voor-letters, datum van geboorte, woonplaats en adres;

c.   dat op de lijst een gehuwde vrouw of weduwe niet is vermeld, hetzij met de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot onder toevoeging van haar eigen naam voorafgegaan door het woord “geboren” of een afkorting van dit woord, hetzij alleen met haar eigen naam; 

d.  dat ten aanzien van een kandidaat ontbreekt de verklaring dat hij bewilligt in zijn kandidaatstelling op de lijst;

e.  dat de overgelegde foto, naar het oordeel van het hoofdstembureau, niet voldoet aan de in artikel 19, onderdeel c, gestelde eisen; degene, die de foto heeft overhandigd, wordt, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, door het hoofdstembureau in de gelegenheid gesteld een nieuwe foto bij de voorzitter van het hoofdstembureau in te dienen; voldoet, naar het oordeel van het hoofdstembureau, ook deze nieuwe foto niet aan de gestelde eisen, dan beslist het hoofdstembureau in zijn in artikel 30, eerste lid, bedoelde zitting, dat de betrokken lijst op het stembiljet, bedoeld bij artikel 50, zonder foto wordt afgedrukt;

f.   dat boven de lijst geen aanduiding van de politieke partij is geplaatst of een aanduiding die afwijkt van de geregistreerde aanduiding.

3. Binnen drie dagen na de dag waarop de kennisgeving is uitgereikt, kan hij die de lijst heeft ingeleverd, het verzuim, in de kennisgeving aangeduid, herstellen ter plaatse waar het hoofdstembureau is gevestigd.

4. Bij verhindering of ontstentenis van hem die de lijst heeft ingeleverd, treedt in diens plaats een der kandidaten op de lijst in de volgorde waarin zij op de lijst voorkomen.

 

                                                Artikel 23

 

Onmiddellijk nadat de lijsten door het hoofdstembureau zijn onderzocht, doet de voorzitter of het ingevolge het eerste lid van artikel 16 aangewezen lid van dat bureau deze bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister voor eenieder ter inzage nederleggen.

 

                                                Artikel 24

 

1. Uiterlijk op de dag na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het derde lid van artikel 22, beslist het hoofdstembureau in een voor kiezers toegankelijke zitting over de geldigheid der lijsten en over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten.

2. Dag en uur van de zitting worden door of namens de voorzitter ter openbare kennis gebracht.

 

                                                Artikel 25

 

Ongeldig is de lijst:

a.  die op de dag der kandidaatstelling niet tussen des voormiddags negen uur en des namiddags vier uur bij de voorzitter van het hoofdstembureau of het ingevolge het eerste lid van artikel 16 aangewezen lid van dat bureau is ingeleverd;

b.  die niet door het vereiste aantal bevoegde kiezers is ondersteund;

c.   die niet voldoet aan de voorschriften, betreffende de vorm en de inrichting, geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen;

d.  die niet persoonlijk is ingeleverd door één der personen, bedoeld in artikel 16, tweede lid;

e.  waarop, door toepassing van artikel 26, alle kandidaten zijn geschrapt;

f.   waarbij niet gevoegd is de verklaring, bij het tweede lid van artikel 20 voorgeschreven;

g.  waarboven geen aanduiding is geplaatst of een aanduiding die afwijkt van de bij de Electorale Raad geregistreerde aanduiding.

 

                                                Artikel 26

 

Het hoofdstembureau schrapt in de volgorde in dit artikel aangewezen, van de lijst de naam van de kandidaat:

a.  die niet is vermeld met zijn naam, voornamen of voorletters, datum van geboorte, woonplaats en adres;

b.  die als gehuwde vrouw of weduwe niet is vermeld, hetzij met de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot onder toevoeging van haar eigen naam, voorafgegaan door het woord “geboren” of een afkorting van dit woord, hetzij alleen met haar eigen naam;

c.   van wie niet is overlegd de verklaring dat hij bewilligt in zijn kandidaatstelling op de lijst;

d.  die voorkomt op meer dan één lijst, ingeleverd bij het hoofdstembureau;

e.  van wie een uittreksel uit het register van overlijden dan wel een afschrift van de akte van overlijden is overgelegd;

f.   die op de lijst voorkomt na het ten hoogste toegelaten aantal.

 

                                                Artikel 27

 

1. Binnen twee dagen na de dag waarop door het hoofdstembureau over de geldigheid der lijsten en over de handhaving der daarop voorkomende kandidaten is beslist, kan iedere kiezer van die beslissing in beroep komen bij het gerecht in eerste aanleg.

2. Indien beroep is ingesteld tegen een beslissing waarbij het hoofdstembureau een lijst ongeldig heeft verklaard of een kandidaat heeft geschrapt op grond van een der verzuimen, vermeld in het tweede lid van artikel 22, zonder dat het hoofdstembureau tevoren overeenkomstig het in dat artikel bepaalde kennis heeft gegeven van het bestaan van het verzuim aan hem die de lijst heeft ingeleverd, kan deze het verzuim alsnog ter griffie van het gerecht in eerste aanleg herstellen.

 

                                                Artikel 28

 

1. De rechter behandelt het beroep in een openbare zitting, te houden binnen vijf dagen na de dag waarop het is ingekomen.

2. Dag en uur der zitting worden onverwijld door de griffier medegedeeld aan hem die het beroep heeft ingesteld, aan hem die de lijst heeft ingeleverd, en aan het hoofdstembureau. Bij de behandeling kan hij die het beroep heeft ingesteld, dit beroep toelichten; de voorzitter of één der andere leden van het hoofdstembureau kan de beslissing van dit bureau toelichten.

 

                                                Artikel 29

 

1. De rechter beslist op het beroep uiterlijk op de derde dag na de in artikel 28 bedoelde zitting. Tegen de beslissing van de rechter staat geen hogere voorziening open.

2. De griffier deelt de beslissing onverwijld mede aan hem die het beroep heeft ingesteld, aan hem die de lijst heeft ingeleverd, en aan het hoofdstembureau.

 

                                                Artikel 30

 

1. Tenzij een der gevallen, bedoeld in artikel 89, zich voordoet, nummert het hoofdstembureau, zodra de termijn voor beroep als bedoeld in artikel 27, is verstreken of, in geval van beroep, zodra de beslissing van de rechter aan het hoofdstembureau is medegedeeld, in een voor de kiezers toegankelijke zitting de lijsten, in de volgorde door het lot aangewezen.


2. Voorafgaand aan deze zitting, kan degene die een lijst heeft ingeleverd of één van de kandidaten, bedoeld in artikel 22, vierde lid, voor de kleuropdruk zoals bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, bij de voorzitter van het hoofdstembureau ter plaatse waar dat bureau is gevestigd, schriftelijk opgave doen, aan welke kleur hij voor die lijst de voorkeur geeft. Door of namens de voorzitter van het hoofdstembureau wordt een bewijs van ontvangst ter hand gesteld aan degene die de opgave heeft ingediend. Als kleur kan slechts worden opgegeven een der bij, ten minste veertien dagen voor de dag der kandidaatstelling bekend te maken, beschikking van de minister van Algemene Zaken voor elke verkiezing bepaalde kleuren. Van deze beschikking wordt door de voorzitter van het hoofdstembureau zo spoedig mogelijk een exemplaar gezonden aan hen die lijsten van kandidaten hebben ingeleverd. Aan de lijst(en) waarvoor een opgave van voorkeur voor een kleur werd ingediend, wordt deze kleur toegekend. Indien in twee of meer opgaven eenzelfde kleur wordt genoemd, wordt de kleur toegekend aan de lijst welke bij de laatstgehouden verkiezing deze kleur was toegekend, of, zo dit niet het geval is geweest, beslist hierover het lot. Aan de andere betrokken lijst(en), alsmede aan de lijst(en) ten aanzien waarvan geen opgave van voorkeur voor een kleur is ingediend, wordt bij loting een kleur toegewezen. De vorenbedoelde lotingen geschieden in de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

3. Tijdstip en plaats van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in het eerste lid, alsmede de mogelijkheid een opgave te doen, als bedoeld in het tweede lid, worden vooraf ter openbare kennis gebracht.

 

                                                Artikel 31

 

1. Tenzij een der gevallen, bedoeld in artikel 89, zich voordoet, maakt het hoofdstembureau de lijsten onverwijld openbaar.

2. De openbaarmaking geschiedt door nederlegging van de kandidatenlijsten ter inzage voor een ieder bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister. Van de nederlegging geschiedt tegelijk openbare kennisgeving.

 

                                                Artikel 32

 

Van de in de artikelen 22, 24 en 30 bedoelde zittingen wordt proces-verbaal opgemaakt.

 

                                            HOOFDSTUK VI

 

                                             De stemming

 

                                                Artikel 33

 

1. Indien voor de verkiezing een stemming nodig is, geschiedt deze uitsluitend over de geldig verklaarde lijsten en de daarop voorkomende kandidaten.

2. Aan de stemming wordt alleen deelgenomen door hen die op de dertigste dag voor die der kandidaatstelling, bedoeld in artikel 15, in het kiezersregister voorkomen. De rechterlijke uitspraken, gedaan tussen voornoemde datum en de dag vóór die der kandidaatstelling, worden daarbij overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van artikel 13 in acht genomen.

3. De kiezer stemt in het stemlokaal van het voor hem aangewezen stemdistrict.

 

                                                Artikel 34

 

De dag der stemming wordt bij landsbesluit bepaal