Leynan Importante

1 Comment »

Openbaarheid van Bestuur

Sunday, June 15th, 2008

Landsverordening houdende regels inzake de openbaarheid van bestuur

 

Citeertitel:   Landsverordening openbaarheid van bestuur

 

Vindplaats : AB 1999 no. 12 (Inwtr. AB 1999 no. 57)

 

Wijzigingen: AB 2006 no. 16

 

===============================================

 

                                            HOOFDSTUK 1

                                                Definities

 

                                                 Artikel 1

 

1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

de Minister    :    de minister wie het aangaat;

document      :    een bij de Minister berustend schriftelijk stuk of ander materiaal dat gegevens bevat.

2. Onder een document als bedoeld in het eerste lid, wordt niet begrepen een schriftelijk stuk of ander materiaal, dat ingevolge een overeenkomst met een derde aan de overheid is afgegeven om daar te berusten.

 

                                            HOOFDSTUK 2

                                   Openbaarmaking op verzoek

 

                                                 Artikel 2

 

1. Een ieder kan de Minister schriftelijk verzoeken om informatie, neergelegd in documenten.

2. De minister, belast met administratieve zaken kan nadere regels stellen omtrent de wijze van indiening van verzoeken om informatie alsmede omtrent de wijze waarop de informatie verstrekt wordt.

 

                                                 Artikel 3

 

1. De Minister verstuurt aan de verzoeker onverwijld een bewijs, met daarop de datum van ontvangst, ter zake van de ontvangst van een verzoek om informatie.

2. Op een verzoek om informatie beslist de Minister zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie weken na de ontvangst van het verzoek.

3. De Minister deelt de beslissing op het verzoek schriftelijk aan de verzoeker mede; een gehele of gedeeltelijke afwijzing wordt gemotiveerd.

4. Is afhandeling binnen drie weken na ontvangst niet mogelijk, dan kan de Minister deze termijn eenmaal met ten hoogste drie weken verlengen. De Minister stelt de verzoeker hiervan tijdig schriftelijk en onder opgave van redenen op de hoogte.

 

                                                 Artikel 4

 

1. De Minister geeft gevolg aan het verzoek door van de documenten waarop het verzoek betrekking heeft:

a.  kopie te geven of de letterlijke inhoud in andere vorm te verstrekken,

b.  een schriftelijke samenvatting van de inhoud te verstrekken,

c.   lezing van de inhoud toe te staan, of

d.  mondeling informatie omtrent de inhoud te doen verstrekken.

2. Bij het kiezen van de vorm waarin aan het verzoek gevolg wordt gegeven, wordt rekening gehouden met de voorkeur van de verzoeker, met het belang van een vlotte voortgang van de werkzaamheden van de administratie en met de artikelen 8 en 9.

3. Indien informatie wordt verstrekt op een wijze als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, is verzoeker daarvoor retributie verschuldigd.

 

                                            HOOFDSTUK 3

                             Openbaarmaking uit eigen beweging

 

                                                 Artikel 5

 

De Minister verstrekt uit eigen beweging en op een door hem te bepalen wijze, informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder inbegrepen, zodra dat in het belang is van een goed en democratisch bestuur.

 

                                                 Artikel 6

 

1. Onverminderd het tweede lid, maakt de Minister openbaar:

a.  de adviezen die de Raad van Advies ingevolge artikel 17 van de Landsverordening Raad van Advies (AB 1992 no. GT 3) uitbrengt;

b.  de adviezen van de Algemene Rekenkamer;

c.   de adviezen van de bij landsverordening ingestelde vaste colleges van advies in zaken van wetgeving en bestuur;

d.  andere krachtens een landsverordening verplicht uitgebrachte adviezen.

2. De openbaarmaking van adviezen betreffende wettelijke regelingen geschiedt door de minister van Justitie.

3. Openbaarmaking geschiedt door een advies gedurende ten minste drie weken ter inzage te leggen in de Biblioteca Nacional. De terinzagelegging wordt bekendgemaakt in de Landscourant van Aruba.

     4. Van ter inzage gelegde documenten kunnen afschriften worden gemaakt.

 

                                                 Artikel 7

 

1. De openbaarmaking van adviezen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, geschiedt, voor zover het betreft:

a.  adviezen over door de regering bij de Staten ter goedkeuring aan te bieden ontwerpen van landsverordeningen alsmede adviezen over ontwerpen van rijkswetten: gelijktijdig met de indiening van het ontwerp bij de Staten;

b.  adviezen over ontwerpen van landsverordeningen door de Staten aan de regering ter vaststelling voor te dragen: gelijktijdig met de voordracht van het ontwerp aan de regering;

c.   adviezen over algemene maatregelen van rijksbestuur en van landsbesluiten, houdende algemene maatregelen: gelijktijdig met de plaatsing van de desbetreffende wettelijke regeling in het Afkondigingsblad van Aruba;


d.  adviezen over voorstellen tot goedkeuring van verdragen, voor zover deze goedkeuring niet in de vorm van een rijkswet geschiedt: binnen een week nadat het advies is uitgebracht.

2. Indien de openbaarmaking van adviezen als bedoeld in het eerste lid, niet kan geschieden op het daar aangegeven moment, geschiedt deze zo spoedig mogelijk daarna.

3. De overige adviezen worden binnen vier weken nadat zij zijn uitgebracht, openbaar gemaakt, tenzij de Minister tijdig in de Landscourant van Aruba een ander tijdstip heeft bekendgemaakt.

 

                                            HOOFDSTUK 4

Uitzonderingen op de openbaarmaking

 

                                                 Artikel 8

 

1. Het verstrekken van informatie blijft achterwege, voor zover dit:

a.  de eenheid van de regering in gevaar zou kunnen brengen;

b.  de veiligheid van het Land zou kunnen schaden;

c.   informatie betreft, afkomstig van een bestuursorgaan van een ander land van het Koninkrijk, die in het desbetreffende land op grond van de aldaar geldende wettelijke regelingen niet zou worden verstrekt;

d.  bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld.

2. Het verstrekken van informatie blijft voorts achterwege, voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen een van de navolgende belangen:

a.  de economische of financiële belangen van het Land;

b.  de opsporing en vervolging van strafbare  feiten;

c.   het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften;

d.  de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

e.  het belang dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie;

f.   het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel van derden.

 

                                                 Artikel 9

 

1. Het verstrekken van informatie over gegevens uit documenten, opgesteld ten behoeve van een beraad over een bestuurlijke aangelegenheid, blijft achterwege voor zover die gegevens nog in bewerking zijn of voor zover die gegevens betrekking hebben op opvattingen, voorstellen, aanbevelingen of conclusies van een of meer personen over het beleid van de Minister en de daartoe door deze of dezen aangevoerde argumenten. Over de in de desbetreffende documenten vervatte feitelijke gegevens en de daaruit afgeleide prognoses en beleidsalternatieven wordt, behoudens artikel 8, wel informatie verstrekt.

2. Onder een bestuurlijke aangelegenheid in de zin van het eerste lid wordt verstaan een aangelegenheid die betrekking heeft op beleid van de regering of de Minister, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering daarvan.

 

                                                Artikel 10

 

In afwijking van de artikelen 8 en 9, eerste lid, blijft het verstrekken van informatie uit documenten, ouder dan dertig jaren, slechts achterwege, indien sprake is van een omstandigheid als genoemd in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel c of tweede lid, aanhef en onderdeel d of f.

 

                                            HOOFDSTUK 5

                                  Overgangs- en slotbepalingen

 

                                                Artikel 11

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kan de onderhavige landsverordening van overeenkomstige toepassing worden verklaard op zelfstandige bestuursorganen.

 

                                                Artikel 12

 

Artikel 17 van de Landsverordening Sociaal-Economische Raad (AB 1987 no. 103) vervalt.

 

                                                Artikel 13

 

1. Deze landsverordening treedt in werking op een bij landsbesluit te bepalen tijdstip.

2. Zij kan worden aangehaald als Landsverordening openbaarheid van bestuur.

 

No Comments »

Kiesverordening

Sunday, June 15th, 2008

LANDSVERORDENING, houdende regelen betreffende het kiesrecht en de verkiezingen van de leden van de Staten van Aruba

 

Citeertitel:   Kiesverordening

 

Vindplaats : AB 1987 no. 110

 

Wijzigingen: AB 1994 no. 30; AB 1997 no. 34; AB 2001 no. 100

 

===============================================

 

                                             HOOFDSTUK I

 

                                        Algemene bepalingen

 

                                                 Artikel 1

 

Voor de toepassing van deze landsverordening en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften wordt verstaan onder:

Staten                 :  de Staten van Aruba;

ingezetenen         :  zij die werkelijke woonplaats hebben in Aruba;

hoofdstembureau  :  het hoofdstembureau, volgens deze landsverordening benoemd voor de verkiezing van de Staten.

 

                                                 Artikel 2

 

Voor de toepassing van deze landsverordening en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften worden behoudens bewijs van het tegendeel, geacht in Aruba werkelijke woonplaats te hebben zij die in het bevolkingsregister van Aruba staan ingeschreven.

 

                                            HOOFDSTUK II

 

                                                Kiesrecht

 

                                                 Artikel 3

 

De leden van de Staten worden rechtstreeks gekozen door degenen die op de dertigste dag vóór die der kandidaatstelling, bedoeld in artikel 15, ingezetenen zijn, mits zij Nederlander zijn en de leeftijd van achttien jaren op de dag van de stemming hebben bereikt.

 

                                                 Artikel 4

 

Van het kiesrecht is uitgesloten:

a.  hij die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht is ontzet;

b.  hij die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens een geestelijke stoornis onbekwaam is rechtshandelingen te verrichten.

 

                                                 Artikel 5

 

1. Bij landsbesluit houdende algemene maatregelen kunnen, zo nodig in afwijking van deze landsverordening, regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van het kiesrecht door personen aan wie rechtmatig hun vrijheid is ontnomen.

2. Een landsbesluit, houdende algemene maatregelen, als bedoeld in het eerste lid, treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Afkondigingsblad waarin het is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de Staten.

 

                                            HOOFDSTUK III

 

                                         Het Kiezersregister

 

                                                 Artikel 6

 

Door de zorg van de minister van Algemene Zaken wordt een kiezersregister bijgehouden, vermeldende de in het bevolkingsregister opgenomen kiesgerechtigde personen.

 

                                                 Artikel 7

 

1. Het kiezersregister wordt gehouden in de vorm van een kaartregister. Elke kaart vermeldt de gegevens van één kiezer.

2. De kaarten van het kiezersregister worden in alfabetische volgorde naar de namen der kiezers gerangschikt. De kaart voor een gehuwde vrouw kan evenwel onmiddellijk na die van haar echtgenoot worden geplaatst.

3. De kaarten kunnen stemdistrictsgewijze en, desgewenst, straatsgewijze worden gerangschikt. In het laatste geval behoeft de alfabetische volgorde niet in acht te worden genomen.

4. De vorm, de inrichting en de kleur van de kaart voor het kiezersregister worden geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

5. In afwijking van het vorenstaande kunnen, in plaats van de in de voorgaande leden bedoelde kaarten, ponskaarten of metalen plaatjes worden gebezigd.

6. De tot het bevolkingsregister behorende gezins- of persoonskaarten kunnen, voor zover zij op de kiezers betrekking hebben, als kiezersregister worden aangemerkt en als zodanig worden gebezigd. Het gestelde in de voorgaande leden is alsdan niet van toepassing.

7. Eveneens kunnen als kiezersregister worden aangemerkt en als zodanig worden gebezigd de ponskaarten of metalen plaatjes, welke deel uitmaken van een register, bevattende gegevens van alle in het bevolkingsregister opgenomen personen, voor zover deze kaarten of plaatjes op kiezers betrekking hebben. Het gestelde in het eerste tot en met het vierde lid is alsdan niet van toepassing.

 

                                                 Artikel 8

 

1. Van elke kiezer worden in het kiezersregister vermeld de geslachtsnaam, de voornamen, de plaats en de datum van geboorte, het adres, alsmede het nummer van het stemdistrict waartoe de kiezer behoort. Gehuwde vrouwen en weduwen worden in het kiezersregister vermeld met de geslachtsnaam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot, onder toevoeging van haar eigen geslachtsnaam, voorafgegaan door het woord “geboren” of een afkorting van dit woord.

2. De kiezer wiens adres niet bekend is, behoort tot een door het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister bepaald stemdistrict, dat aan de hand van omstandigheden als het meest doelmatige kan worden beschouwd.

3. Wanneer voor het kiezersregister gebruik gemaakt wordt van de tot het bevolkingsregister behorende gezins- of persoonskaarten, blijft het bepaalde in het eerste lid buiten toepassing.

 

 

                                                 Artikel 9

 

1. De minister van Justitie en Publieke Werken draagt zorg dat van elke uitsluiting van kiesrecht, als bedoeld in artikel 4, aan de minister van Algemene Zaken zo spoedig mogelijk mededeling wordt gedaan, met vermelding van naam, voornamen, adres, datum en plaats van geboorte, zomede van de duur der uitsluiting. Overeenkomstige mededeling vindt plaats van herstel in het kiesrecht en van elke verlening van het Nederlanderschap. Door de zorg van de minister van Algemene Zaken wordt van evenbedoelde mededelingen aantekening gehouden in het kiezersregister.

2. De minister van Algemene Zaken stelt na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling betrokkene bij aangetekende brief in kennis van zijn uitsluiting en duur daarvan.

 

                                                Artikel 10

 

1. De minister van Algemene Zaken is verplicht, desverlangd, aan een ieder kosteloos de inlichtingen uit het kiezersregister te verstrekken, waaruit deze kan opmaken, of hij zelf of een ander daarin al dan niet of niet behoorlijk is opgenomen.

2. Aan degene die ingevolge het bepaalde in artikel 16 een kandidatenlijst heeft ingeleverd, worden op diens verzoek ten hoogste twee afschriften van het Kiezersregister kosteloos verstrekt.

 

                                                Artikel 11

 

1. Een ieder is te allen tijde bevoegd bij het gerecht in eerste aanleg aanvulling of verbetering van het kiezersregister te verzoeken op grond dat hij of een ander in strijd met de bepalingen van deze landsverordening daarin al dan niet of niet behoorlijk is opgenomen. Voor het verzoek wordt gebruik gemaakt van een formulier dat bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister kosteloos verkrijgbaar is.

2. Ongeacht de bevoegdheid in het eerste lid vermeld, vindt in een jaar waarin een verkiezing wordt gehouden, het bepaalde in de tweede volzin van artikel 33, tweede lid, toepassing ten aanzien van elk verzoek, ingediend uiterlijk op de vijfde dag na de in de eerste volzin van genoemd artikellid bedoelde datum.

 

                                                Artikel 12

 

1. Indien het verzoek om verbetering van het kiezersregister een ander dan de verzoeker betreft, doet de griffier van het gerecht in eerste aanleg aan die ander daarvan uiterlijk daags na ontvangst van het verzoekschrift bij aangetekende brief mededeling.

2. Het verzoek om verbetering van het kiezersregister wordt onverwijld ter griffie van het gerecht in eerste aanleg neergelegd en ligt aldaar gedurende drie dagen voor een ieder ter inzage.

3. Een ieder is tot uiterlijk drie dagen na afloop van de in het tweede lid bedoelde termijn tot tegenspraak van het verzoek bevoegd. De tegenspraak wordt schriftelijk bij de rechter ingediend.

4. De rechter kan nader bewijs of verhoor van partijen bevelen.

5. Uiterlijk achttien dagen na de indiening van het verzoekschrift doet de rechter uitspraak en beveelt, indien de uitspraak daartoe leidt, aanvulling of verbetering van het kiezersregister. Tegen de beslissing van de rechter staat geen hogere voorziening open.

6. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden vastgesteld de vorm en de inrichting van het verzoekschrift tot aanvulling of verbetering van het kiezersregister, bedoeld in artikel 11.

 

                                                Artikel 13

 

1. Van de rechterlijke uitspraken, in het vijfde lid van artikel 12 bedoeld, geeft de griffier binnen driemaal vierentwintig uur kennis aan de minister van Algemene Zaken.

2. Door de zorg van de minister van Algemene Zaken wordt het kiezersregister onverwijld overeenkomstig deze uitspraken gewijzigd.

 

                                            HOOFDSTUK IV

 

                                          Hoofdstembureau

 

                                                Artikel 14

 

1. Voor de verkiezing van de Staten treedt de Electorale Raad als hoofdstembureau op.

2. Ten behoeve van de werkzaamheden als hoofdstembureau wordt het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister als adviserend lid aan de Electorale Raad toegevoegd.

 

                                            HOOFDSTUK V

 

                                          Kandidaatstelling

 

                                                Artikel 15

 

De dag der kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Staten wordt bij landsbesluit bepaald op een tijdstip, gelegen tussen de negentigste en de tachtigste dag vóór het einde van de zittingsduur van de Staten, dan wel vóór het tijdstip waarop de ontbinding van de Staten ingaat.

 

                                                Artikel 16

 

1. Op de dag der kandidaatstelling kunnen bij de Electorale Raad geregistreerde politieke partijen bij de voorzitter van het hoofdstembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat bureau, ter plaatse waar dat bureau is gevestigd, van des voormiddags negen uur tot des namiddags vier uur kandidatenlijsten inleveren. Voor deze lijsten wordt gebruik gemaakt van formulieren die bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister kosteloos verkrijgbaar zijn.

2. De inlevering der lijst geschiedt persoonlijk door de bij de Electorale Raad geregistreerde gemachtigde of plaatsvervangend gemachtigde van de partij. De kandidaten kunnen daarbij tegenwoordig zijn.

3. De voorzitter van het hoofdstembureau of het ingevolge het eerste lid aangewezen lid van dit bureau stelt een bewijs van ontvangst ter hand aan degene die de lijst inlevert. Het tijdstip van inlevering wordt op de lijst en op het bewijs van ontvangst vermeld.

4. Drie weken voor de dag der kandidaatstelling geschiedt van het bij het eerste lid bepaalde door of namens de voorzitter van het hoofdstembureau openbare kennisgeving.

5. De vorm en de inrichting van de kandidatenlijst worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

 

                                                Artikel 17

 

1. Elke kandidatenlijst dient te worden ondersteund door een aantal kiezers, dat gelijk is aan ten minste één procent van de som der stemcijfers, welke bij de laatstgehouden verkiezing voor de Staten door het hoofdstembureau zijn vastgesteld, naar boven afgerond tot een geheel getal.

2. De ondersteuning, in het eerste lid bedoeld, geschiedt door het plaatsen van handtekeningen op elke kandidatenlijst door de in artikel 33, tweede lid, bedoelde kiezers bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister gedurende zeven dagen volgende op die der indiening der lijsten van negen uur des voormiddags tot half negen des namiddags.

3. Eenzelfde kiezer mag niet meer dan één lijst of één afschrift daarvan ondertekenen.

4. De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet ten aanzien van een kandidatenlijst van een politieke partij aan welker kandidatenlijst bij de laatstgehouden verkiezing een of meer zetels zijn toegekend.

 

                                                Artikel 18

 

1. De kandidaten worden met vermelding van hun naam, voorletter, datum van geboorte, alsmede woonplaats en adres op kandidatenlijsten geplaatst in de volgorde waarin door de personen namens wie de lijst wordt ingeleverd, aan hen de voorkeur wordt gegeven. De voorletters mogen geheel of ten dele door de voornamen worden vervangen.

2. Indien de kandidaat is een gehuwde vrouw of weduwe, wordt zij op de lijst vermeld, hetzij met de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot onder toevoeging van haar eigen naam, voorafgegaan door het woord “geboren” of een afkorting van dit woord, hetzij alleen met haar eigen naam.

3. Op een kandidatenlijst mogen ten hoogste acht kandidaten meer worden geplaatst dan het aantal te verkiezen leden.

4. De naam van éénzelfde kandidaat mag niet voorkomen op meer dan een van de lijsten welke bij het hoofdstembureau zijn ingeleverd.

 

                                               Artikel 18a

 

Boven de lijst wordt de bij de Electorale Raad geregistreerde aanduiding van de partij geplaatst.

 

                                                Artikel 19

 

1. Bij de lijst worden overgelegd:

a.  de schriftelijke verklaring van iedere daarop voorkomende kandidaat, dat hij bewilligt in zijn kandidaatstelling op deze lijst; voor

deze verklaring wordt gebruik gemaakt van een formulier dat bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister kosteloos verkrijgbaar is, en waarvan de vorm en de inrichting worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen; indien de kandidaat zich buiten Aruba bevindt, is de verklaring niet aan enig formulier gebonden en kan zij ook telegrafisch geschieden;

b.  de schriftelijke verklaring, bedoeld bij artikel 20, tweede lid;

c.   een zwart-wit foto van vier bij zes cm., gevende een duidelijk en goedgelijkend beeld van de hoogst geplaatste kandidaat;

2. Een overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, overgelegde verklaring van bewilliging kan niet worden ingetrokken.

 

 

 

                                                Artikel 20

 

1. Op naam van een der personen die voorkomen in het kiezersregister moet voor elke in te leveren lijst een bedrag van Afl. 1000,- ten kantore van de ontvanger der directe belastingen worden gestort.

2. Ten kantore als in het eerste lid bedoeld, wordt van de storting van het daar genoemd bedrag een schriftelijke verklaring afgegeven. Deze verklaring moet bij de indiening van de lijst worden ingeleverd.

3. Na de vaststelling van de uitslag der verkiezing wordt het in het eerste lid bedoeld bedrag aan de rechthebbende teruggegeven, tenzij:

a. de lijst waarvoor het bedrag is gestort ongeldig is verklaard;

b.  het stemcijfer van de lijst waarvoor het bedrag is gestort, lager is dan de kiesdeler, bedoeld in artikel 91.

4. In het geval dat het gestorte bedrag niet teruggegeven, wordt aan hem te wiens name het is gestort, vervalt het aan de Landskas.

5. De vorm en de inrichting van de in het tweede lid bedoelde verklaring worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

 

                                                Artikel 21

 

1. Binnen acht dagen na de openbaarmaking van de uitslag der verkiezing overeenstemming artikel 101 zendt de voorzitter van het hoofdstembureau aan de ontvanger der directe belastingen een opgave, betreffende de bedragen welke moeten worden teruggegeven alsmede betreffende de bedragen welke ingevolge artikel 20, vierde lid, aan de Landskas vervallen.

2. Teruggave door de ontvanger zoals in het eerste lid bedoeld, geschiedt binnen acht dagen na ontvangst van het daartoe strekkende verzoek van de belanghebbende.

 

 

 

                                                Artikel 22

 

1. Op de derde dag na het verloop van de termijn, bedoeld in artikel 17, tweede lid, houdt het hoofdstembureau een zitting tot het onderzoeken van de lijsten.

2. Indien bij het onderzoek blijkt van een der navolgende verzuimen, geeft het hoofdstembureau uiterlijk op de daarop volgende dag tegen gedagtekend ontvangstbewijs kennis aan hem die de lijst heeft ingeleverd:

a.  dat de lijst niet is ondersteund door het vereiste aantal bevoegde kiezers; bij de beoordeling of een lijst voldoet aan deze eis, blijven buiten aanmerking de ondertekenaars die meer dan één lijst of afschrift van een lijst hebben ondertekend;

b.  dat een kandidaat niet is vermeld met zijn naam, voornamen of voor-letters, datum van geboorte, woonplaats en adres;

c.   dat op de lijst een gehuwde vrouw of weduwe niet is vermeld, hetzij met de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot onder toevoeging van haar eigen naam voorafgegaan door het woord “geboren” of een afkorting van dit woord, hetzij alleen met haar eigen naam; 

d.  dat ten aanzien van een kandidaat ontbreekt de verklaring dat hij bewilligt in zijn kandidaatstelling op de lijst;

e.  dat de overgelegde foto, naar het oordeel van het hoofdstembureau, niet voldoet aan de in artikel 19, onderdeel c, gestelde eisen; degene, die de foto heeft overhandigd, wordt, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, door het hoofdstembureau in de gelegenheid gesteld een nieuwe foto bij de voorzitter van het hoofdstembureau in te dienen; voldoet, naar het oordeel van het hoofdstembureau, ook deze nieuwe foto niet aan de gestelde eisen, dan beslist het hoofdstembureau in zijn in artikel 30, eerste lid, bedoelde zitting, dat de betrokken lijst op het stembiljet, bedoeld bij artikel 50, zonder foto wordt afgedrukt;

f.   dat boven de lijst geen aanduiding van de politieke partij is geplaatst of een aanduiding die afwijkt van de geregistreerde aanduiding.

3. Binnen drie dagen na de dag waarop de kennisgeving is uitgereikt, kan hij die de lijst heeft ingeleverd, het verzuim, in de kennisgeving aangeduid, herstellen ter plaatse waar het hoofdstembureau is gevestigd.

4. Bij verhindering of ontstentenis van hem die de lijst heeft ingeleverd, treedt in diens plaats een der kandidaten op de lijst in de volgorde waarin zij op de lijst voorkomen.

 

                                                Artikel 23

 

Onmiddellijk nadat de lijsten door het hoofdstembureau zijn onderzocht, doet de voorzitter of het ingevolge het eerste lid van artikel 16 aangewezen lid van dat bureau deze bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister voor eenieder ter inzage nederleggen.

 

                                                Artikel 24

 

1. Uiterlijk op de dag na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het derde lid van artikel 22, beslist het hoofdstembureau in een voor kiezers toegankelijke zitting over de geldigheid der lijsten en over het handhaven van de daarop voorkomende kandidaten.

2. Dag en uur van de zitting worden door of namens de voorzitter ter openbare kennis gebracht.

 

                                                Artikel 25

 

Ongeldig is de lijst:

a.  die op de dag der kandidaatstelling niet tussen des voormiddags negen uur en des namiddags vier uur bij de voorzitter van het hoofdstembureau of het ingevolge het eerste lid van artikel 16 aangewezen lid van dat bureau is ingeleverd;

b.  die niet door het vereiste aantal bevoegde kiezers is ondersteund;

c.   die niet voldoet aan de voorschriften, betreffende de vorm en de inrichting, geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen;

d.  die niet persoonlijk is ingeleverd door één der personen, bedoeld in artikel 16, tweede lid;

e.  waarop, door toepassing van artikel 26, alle kandidaten zijn geschrapt;

f.   waarbij niet gevoegd is de verklaring, bij het tweede lid van artikel 20 voorgeschreven;

g.  waarboven geen aanduiding is geplaatst of een aanduiding die afwijkt van de bij de Electorale Raad geregistreerde aanduiding.

 

                                                Artikel 26

 

Het hoofdstembureau schrapt in de volgorde in dit artikel aangewezen, van de lijst de naam van de kandidaat:

a.  die niet is vermeld met zijn naam, voornamen of voorletters, datum van geboorte, woonplaats en adres;

b.  die als gehuwde vrouw of weduwe niet is vermeld, hetzij met de naam van haar echtgenoot of overleden echtgenoot onder toevoeging van haar eigen naam, voorafgegaan door het woord “geboren” of een afkorting van dit woord, hetzij alleen met haar eigen naam;

c.   van wie niet is overlegd de verklaring dat hij bewilligt in zijn kandidaatstelling op de lijst;

d.  die voorkomt op meer dan één lijst, ingeleverd bij het hoofdstembureau;

e.  van wie een uittreksel uit het register van overlijden dan wel een afschrift van de akte van overlijden is overgelegd;

f.   die op de lijst voorkomt na het ten hoogste toegelaten aantal.

 

                                                Artikel 27

 

1. Binnen twee dagen na de dag waarop door het hoofdstembureau over de geldigheid der lijsten en over de handhaving der daarop voorkomende kandidaten is beslist, kan iedere kiezer van die beslissing in beroep komen bij het gerecht in eerste aanleg.

2. Indien beroep is ingesteld tegen een beslissing waarbij het hoofdstembureau een lijst ongeldig heeft verklaard of een kandidaat heeft geschrapt op grond van een der verzuimen, vermeld in het tweede lid van artikel 22, zonder dat het hoofdstembureau tevoren overeenkomstig het in dat artikel bepaalde kennis heeft gegeven van het bestaan van het verzuim aan hem die de lijst heeft ingeleverd, kan deze het verzuim alsnog ter griffie van het gerecht in eerste aanleg herstellen.

 

                                                Artikel 28

 

1. De rechter behandelt het beroep in een openbare zitting, te houden binnen vijf dagen na de dag waarop het is ingekomen.

2. Dag en uur der zitting worden onverwijld door de griffier medegedeeld aan hem die het beroep heeft ingesteld, aan hem die de lijst heeft ingeleverd, en aan het hoofdstembureau. Bij de behandeling kan hij die het beroep heeft ingesteld, dit beroep toelichten; de voorzitter of één der andere leden van het hoofdstembureau kan de beslissing van dit bureau toelichten.

 

                                                Artikel 29

 

1. De rechter beslist op het beroep uiterlijk op de derde dag na de in artikel 28 bedoelde zitting. Tegen de beslissing van de rechter staat geen hogere voorziening open.

2. De griffier deelt de beslissing onverwijld mede aan hem die het beroep heeft ingesteld, aan hem die de lijst heeft ingeleverd, en aan het hoofdstembureau.

 

                                                Artikel 30

 

1. Tenzij een der gevallen, bedoeld in artikel 89, zich voordoet, nummert het hoofdstembureau, zodra de termijn voor beroep als bedoeld in artikel 27, is verstreken of, in geval van beroep, zodra de beslissing van de rechter aan het hoofdstembureau is medegedeeld, in een voor de kiezers toegankelijke zitting de lijsten, in de volgorde door het lot aangewezen.


2. Voorafgaand aan deze zitting, kan degene die een lijst heeft ingeleverd of één van de kandidaten, bedoeld in artikel 22, vierde lid, voor de kleuropdruk zoals bedoeld in artikel 50, tweede lid, onderdeel a, bij de voorzitter van het hoofdstembureau ter plaatse waar dat bureau is gevestigd, schriftelijk opgave doen, aan welke kleur hij voor die lijst de voorkeur geeft. Door of namens de voorzitter van het hoofdstembureau wordt een bewijs van ontvangst ter hand gesteld aan degene die de opgave heeft ingediend. Als kleur kan slechts worden opgegeven een der bij, ten minste veertien dagen voor de dag der kandidaatstelling bekend te maken, beschikking van de minister van Algemene Zaken voor elke verkiezing bepaalde kleuren. Van deze beschikking wordt door de voorzitter van het hoofdstembureau zo spoedig mogelijk een exemplaar gezonden aan hen die lijsten van kandidaten hebben ingeleverd. Aan de lijst(en) waarvoor een opgave van voorkeur voor een kleur werd ingediend, wordt deze kleur toegekend. Indien in twee of meer opgaven eenzelfde kleur wordt genoemd, wordt de kleur toegekend aan de lijst welke bij de laatstgehouden verkiezing deze kleur was toegekend, of, zo dit niet het geval is geweest, beslist hierover het lot. Aan de andere betrokken lijst(en), alsmede aan de lijst(en) ten aanzien waarvan geen opgave van voorkeur voor een kleur is ingediend, wordt bij loting een kleur toegewezen. De vorenbedoelde lotingen geschieden in de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

3. Tijdstip en plaats van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in het eerste lid, alsmede de mogelijkheid een opgave te doen, als bedoeld in het tweede lid, worden vooraf ter openbare kennis gebracht.

 

                                                Artikel 31

 

1. Tenzij een der gevallen, bedoeld in artikel 89, zich voordoet, maakt het hoofdstembureau de lijsten onverwijld openbaar.

2. De openbaarmaking geschiedt door nederlegging van de kandidatenlijsten ter inzage voor een ieder bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister. Van de nederlegging geschiedt tegelijk openbare kennisgeving.

 

                                                Artikel 32

 

Van de in de artikelen 22, 24 en 30 bedoelde zittingen wordt proces-verbaal opgemaakt.

 

                                            HOOFDSTUK VI

 

                                             De stemming

 

                                                Artikel 33

 

1. Indien voor de verkiezing een stemming nodig is, geschiedt deze uitsluitend over de geldig verklaarde lijsten en de daarop voorkomende kandidaten.

2. Aan de stemming wordt alleen deelgenomen door hen die op de dertigste dag voor die der kandidaatstelling, bedoeld in artikel 15, in het kiezersregister voorkomen. De rechterlijke uitspraken, gedaan tussen voornoemde datum en de dag vóór die der kandidaatstelling, worden daarbij overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van artikel 13 in acht genomen.

3. De kiezer stemt in het stemlokaal van het voor hem aangewezen stemdistrict.

 

                                                Artikel 34

 

De dag der stemming wordt bij landsbesluit bepaald, zodanig dat tussen de dag der kandidaatstelling en die der stemming ten minste achtenveertig dagen gelegen zijn.

 

                                                Artikel 35

 

1. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, wordt het land in stemdistricten verdeeld.

2. Een stemdistrict bevat in de regel niet meer dan twaalfhonderd kiezers.

 

 

                                                Artikel 36

 

1. Er is voor elk stemdistrict een stembureau.

2. Elk stembureau bestaat uit drie leden, van wie één voorzitter is. De voorzitter is het eerste lid van het stembureau en van de twee leden wordt één benoemd als het tweede en één als het derde lid van het stembureau. Bovendien worden daarin ten minste twee plaatsvervangende leden benoemd.

 

                                                Artikel 37

 

1. De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden der stembureaus worden uit de kiesgerechtigde ingezetenen benoemd door de minister van Algemene Zaken.

2. De benoeming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt tijdig vóór de voor elke stemming bepaalde dag. Op het tijdstip waarop de nieuwe voorzitter, leden en plaatsvervangende leden benoemd worden, treden de zitting hebbende voorzitter, leden en plaatsvervangende leden af.

 

                                                Artikel 38

 

1. Ten minste acht dagen voor de dag der stemming ontvangt elke kiezer die bevoegd is aan de stemming deel te nemen van het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister een kaart, bevattende een oproeping voor de stemming.

Op deze kaart worden vermeld:

a.  dat een stemming voor de Staten zal plaatsvinden;

b.  de naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, alsmede het adres van de kiezer;

c.   het nummer, waaronder de kiezer in het bij de stemming te bezigen afschrift van of uittreksel uit het kiezersregister voorkomt;

d.  het nummer van het stemdistrict waartoe de kiezer behoort;

e.  het adres van het stemlokaal voor dat stemdistrict;

f.   de dag en de uren waarop de stemming plaats vindt.

2. De vorm en de inrichting, alsmede de kleur van de oproepingskaart worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

3. De kandidatenlijsten worden ter kennis van de kiezers gebracht door deze lijsten hetzij te vermelden op de oproepingskaart, hetzij al dan niet tegelijk met de oproepingskaart in afdruk ten minste acht dagen vóór de dag der stemming aan het adres der kiezers te bezorgen, hetzij op de dag der stemming in het stemlokaal, bij de ingang daarvan, duidelijk leesbaar in afdruk op te hangen. Op deze lijsten worden naam, voornamen of voorletters en woonplaats van de kandidaten vermeld, alsmede de aanduidingen van de politieke partijen en de lijstnummers. Voorts wordt op de betrokken lijsten bij de naam van iedere kandidaat het nummer, aangevende zijn volgorde op de lijst, vermeld. Deze lijsten worden gedrukt in de volgorde van de toegekende nummers.

4. Aan de tot deelneming aan de stemming bevoegde kiezer aan wie een oproepingskaart is toegezonden, doch wiens oproepingskaart in het ongerede is geraakt of niet werd ontvangen, wordt op zijn aanvraag door het in het eerste lid genoemde hoofd een nieuwe oproepingskaart uitgereikt, mits hij voldoende van zijn identiteit doet blijken. Tot zodanige uitreiking is ook bevoegd het stembureau van het stemdistrict, waartoe de betrokken kiezer behoort.

        5. Ten minste drie dagen voor de dag der stemming wordt door de minister van Algemene Zaken ter openbare kennis gebracht:

a.  de dag en de uren, waarop de stemming plaats vindt;

b.  de inhoud van artikel 134 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. 

 

                                                Artikel 39

 

De stemming vangt aan des voormiddags acht uur en duurt tot des namiddags zeven uur.

 

                                                Artikel 40

 

1. Iedere werkgever is verplicht te zorgen dat zijn werknemer die bevoegd is aan de stemming deel te nemen, op de dag der stemming gedurende de in artikel 39 voor de stemming bepaalde tijd ten minste vier achtereenvolgende werkuren vrijaf heeft, tenzij de werknemer gedurende de uren waarop de stemming kan worden verricht uit anderen hoofde vier achtereenvolgende uren vrij is.

2. De werkgever is verplicht te zorgen dat de tijd gedurende welke de werknemer de gelegenheid krijgt om aan de stemming deel te nemen, uiterlijk één week voor de dag der stemming te zijner kennis wordt gebracht.

 

                                                Artikel 41

 

Het bestuur, alsmede degene die belast is met de feitelijke leiding van een inrichting voor geneeskundige behandeling, verpleging of verzorging stelt een in die inrichting opgenomen persoon die bevoegd is aan de stemming deel te nemen, daartoe in de gelegenheid, voor zover op medische gronden geen bezwaar bestaat, dat betrokkene in persoon aan de stemming deelneemt.

 

                                                Artikel 42

 

1. De bij de opening der zitting van het stembureau fungerende voorzitter, leden of plaatsvervangende leden nemen bij dit stembureau aan de stemming deel.

2. Indien zij volgens het kiezersregister tot een ander stemdistrict behoren, wordt van het uitbrengen van hun stem melding gemaakt in het proces-verbaal.

 

                                                Artikel 43

 

1. Gedurende de zitting zijn steeds de voorzitter en twee leden van het stembureau aanwezig.

2. Bij ontstentenis van de voorzitter treden die leden, naar volgorde van benoeming, als zodanig op.

3. Bij ontstentenis van een lid treedt een door de voorzitter aan te wijzen plaatsvervangend lid op.

4. Zolang geen plaatsvervangend lid beschikbaar is, wordt door de voorzitter één der in het stemlokaal aanwezige kiezers als zodanig aangewezen.

5. Van alle verwisselingen in de samenstelling van het stembureau wordt in het proces-verbaal aantekening gehouden met opgave van de reden daarvan en van de tijd der vervanging.

 

                                                Artikel 44

 

Indien bij het nemen van een beslissing door het stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

 

                                                Artikel 45

 

1. De minister van Algemene Zaken wijst voor elk stemdistrict een geschikt lokaal aan.

2. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister zorgt voor de inrichting van het stemlokaal.

 

                                                Artikel 46

 

1. Op de tafel van het stembureau liggen:

a.  een afschrift van of uittreksel uit het kiezersregister, bevattende een genummerde opgave van de kiezers, die in het stemdistrict bevoegd zijn aan de stemming deel te nemen;

b.  een exemplaar van deze landsverordening;

c.   de landsbesluiten, houdende algemene maatregelen, welke op de verkiezing betrekking hebben.

2. De vorm en de inrichting van het afschrift en uittreksel, in het eerste lid, onderdeel a, bedoeld, worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

 

                                                Artikel 47

 

De tafel is zodanig geplaatst, dat de kiezers de verrichtingen van het stembureau kunnen gadeslaan.

 

                                                Artikel 48

 

1. Vóór of bij de tafel, binnen het bereik van het lid van het stembureau dat belast is met de in artikel 61, derde lid, bedoelde taak, staat de stembus, voorzien van twee verschillende sloten.

2. De stembus moet voorts aan de volgende vereisten voldoen:

a.  de bus en het deksel, welke grijs gekleurd zijn, worden vervaardigd van metaal;

b.  de bus is rond en wordt gedekt met een deksel, hetwelk in het midden voorzien is van een sleuf, lang 15 cm. en breed 1½ cm.;

c.   het deksel wordt vastgehecht aan de bus met een van binnen geklonken scharnier en bevat een lip, passende op een insgelijks in de bus geklonken oog, waardoor een hangslot kan worden gehangen;

d.  de sleuf wordt gedekt met een op het deksel vastgehecht plaatje waaraan twee naar binnen uitspringende veren zijn bevestigd, welk plaatje, van buiten toegedrukt, niet dan door middel van drukking aan de binnenzijde van het deksel kan worden geopend;

e.  aan elk van beide lange zijden van het de sleuf bedekkende plaatje worden twee platte oogjes van genoegzame breedte voor het doorhalen van een stuk band bevestigd; met elk dezer oogjes correspondeert een soortgelijke oogje, op de bus aangebracht naast het plaatje aan dezelfde zijde;

f.   boven op het deksel, achter het plaatje, wordt met een scharnier in het deksel een beugeltje aangebracht, geschikt om over het plaatje, wanneer dit is geopend, gelegd en in een oogje door middel van een pennetje bevestigd te worden, ten einde het toeslaan van het plaatje te beletten;

g.  de bus wordt voorzien van twee handvatten.

3. De hoogte van de stembus bedraagt 70 cm. en de doorsnede 30 cm.

4. De stembus wordt gesloten door de sleuf met het plaatje te bedekken en op dit laatste een zodanig druk uit te oefenen, dat aan het plaatje bevestigende veren binnen de bus uitspringen.

 

                                                Artikel 49

 


1. Buiten voor het publiek bestemde ruimte zijn in het stemlokaal één of meer geheel van elkander afgescheiden stemhokjes, dan wel één of meer stemmachines geplaatst, waarvan de toegang zichtbaar is voor het stembureau en voor het publiek, en waarin of waarmede de kiezers hun stem in het geheim kunnen uitbrengen. De plaatsing en de inrichting van de stemmachine worden geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

2. In elk stemlokaal bevindt zich op elk aantal van ten volle 250 kiezers, dat het stemdistrict telt, ten minste één stemhokje.

3. Het stemhokje bestaat uit twee zijwanden, elk van ten minste 1 meter breed en 2 meter hoog. Wordt het hokje met de achterzijde niet tegen een ondoorzichtig deel van een wand van het lokaal geplaatst, dan dient de achterwand te zijn afgedekt. Aan de bovenkant van de voorzijde worden gordijnen aangebracht van ondoorzichtige zwarte stof, waarvan de verzwaarde onderkant afhangt tot beneden de hoogte van de lessenaar, in het vierde lid genoemd.

4. In elk stemhokje bevindt zich een lessenaar ter hoogte van ten minste 1.20 meter.

5. Op elke lessenaar bevinden zich ten minste twee vastliggende rode potloden.

6. Boven elke lessenaar hangt aan de wand een gedrukte staat van inlichtingen. Het model van deze staat wordt vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

 

                                                Artikel 50

 

1. Op het bij de verkiezing te bezigen stembiljet, vervaardigd in rechthoekige vorm op wit papier, zijn gedrukt aan de ene zijde de kandidatenlijsten over wie de stemming moet geschieden, zoals deze ingevolge artikel 38, derde lid, ter kennis van de kiezers zijn gebracht; aan de andere zijde de handtekening van de voorzitter van het hoofdstembureau.

2. De op het stembiljet voorkomende kandidatenlijsten kunnen worden voorzien van:

a.  een kleuropdruk, zó dat elke lijst op duidelijke wijze wordt onderscheiden van de andere lijst(en), zonder dat nochtans afbreuk wordt gedaan aan de leesbaarheid van de namen der kandidaten; de kleuropdruk wordt niet aangebracht in de stemvakken vóór de namen der kandidaten;

b.  een zwart-wit foto, gevende een duidelijk en goedgelijkend beeld van de op ieder der lijsten hoogst geplaatste kandidaat; de grootte van de foto is drie bij vier cm.

3. De vorm en de inrichting van het stembiljet worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

 

                                                Artikel 51

 

1. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister stelt het nodige aantal stembiljetten vast, er daarbij rekening mede houdende, dat op elk stembureau aanwezig moeten zijn stembiljetten tot een met ten minste twee ten honderd van het getal der kiezers die bevoegd zijn in het stemdistrict hun stem uit te brengen, vermeerderd aantal.

2. Het in het eerste lid genoemde hoofd draagt zorg dat vóór de aanvang der stemming op elk stembureau de benodigde stembiljetten aanwezig zijn.

3. De stembiljetten worden aan het stembureau toegezonden in een of meer verzegelde pakken, op elk waarvan het nummer van het stemdistrict en het aantal der zich daarin bevindende stembiljetten is vermeld.

 

                                                Artikel 52

 

In plaats van stembiljetten kunnen stemmachines worden gebezigd. De bepalingen van deze landsverordening, welke betrekking hebben op het gebruik van stembiljetten, blijven alsdan buiten toepassing.

 

                                                Artikel 53

 

1. Een stemmachine mag slechts worden gebezigd, indien zij zonder enige afwijking behoort tot een door de minister van Algemene Zaken goedgekeurd merk en type. De goedkeuring wordt slechts verleend, indien ten minste aan de navolgende voorwaarden is voldaan:

a.  de machine moet zodanig zijn ingericht, dat het geheime karakter van de stemming is gewaarborgd;

b.  de machine dient van degelijke makelij te zijn en moet door de kiezer op eenvoudige wijze en zonder gevaar voor storingen of onvolkomen werking kunnen worden bediend;

c.   de kandidatenlijsten, het aan elke lijst toegekende nummer, de boven elke lijst geplaatste aanduiding van de politieke partij en, in voorkomend geval, de kleuropdruk moeten op het bedieningspaneel der machine op duidelijke wijze kunnen worden vermeld;

d.  de machine dient zodanig te zijn ingericht, dat de kiezer zijn stem slechts een maal zal kunnen uitbrengen, nadat de machine daartoe door middel van een aan de buitenzijde aangebrachte, duidelijk zichtbare knop of hefboom in gereedheid is gebracht, terwijl de kiezer gelegenheid moet hebben de machine in te stellen op de kandidaat van zijn keuze alvorens door een nadere handeling zijn stem vast te leggen;

e.  de machine moet zijn voorzien van in een afsluitbare ruimte geplaatste telwerken, die het aantal der op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen aangegeven, alsmede van een telwerk dat op van de buitenzijde zichtbare wijze aangeeft het aantal malen dat de machine is gebruikt;

f.   de machine moet zijn voorzien van drie afzonderlijke sloten, waarmede onderscheidenlijk het bedieningspaneel, de ruimte waarin de telwerken zich bevinden, en de knop of hefboom, door middel waarvan de machine voor het gebruik in gereedheid wordt gebracht, kunnen worden afgesloten of vergrendeld.

2. Van de goedkeuring, in het eerste lid bedoeld, wordt mededeling gedaan door opneming in de Landscourant van Aruba.

 

                                                Artikel 54

 

1. Op het bedieningspaneel van de bij de verkiezing te bezigen stemmachines zijn vermeld de kandidatenlijsten over wie de stemming moet geschieden, zoals deze ter kennis van de kiezers worden gebracht.

2. De verdere inrichting van het bedieningspaneel wordt geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

 

                                                Artikel 55

 

1. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister draagt zorg dat de stemmachines tijdig voor de verkiezingen worden ingericht en vóór de aanvang van de stemming worden opgesteld in de aangewezen stemlokalen.

2. In het stemlokaal dient een apparaat aanwezig te zijn, waarmede de kiezer kan worden geïnstrueerd in het gebruik van de stemmachine.

 

                                                Artikel 56

 

1. Voor de aanvang van de stemming gaat het stembureau na of de stemmachine voor het gebruik gereed is. Het stelt zo nodig de telwerken in de nulstand.

2. De voorzitter draagt zorg voor de afsluiting van de ruimte, waarin de telwerken zich bevinden. Hij draagt tevens zorg dat bij het begin der stemming de knop of hefboom, door middel waarvan de machine voor het gebruik door de kiezer in gereedheid wordt gebracht, is ontsloten of ontgrendeld.

 

                                                Artikel 57

 

Al hetgeen overigens het gebruik van stemmachines betreft, wordt geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen. Ten aanzien van stembureaus waar meer dan één stemmachine wordt gebezigd, kan daarbij worden afgeweken van de bepalingen van deze landsverordening, betreffende het aantal en de taak der leden van het stembureau.

 

                                                Artikel 58

 

1. Vóór acht uur des morgens, alvorens iemand tot deelneming aan de stemming wordt toegelaten, opent het stembureau tijdig de pakken met stembiljetten en stelt het aantal biljetten vast.

2. Vóór de aanvang der stemming sluit het stembureau de stembus, na zich overtuigd te hebben dat zij ledig is. Tijdens de stemming berust één der sleutels bij de voorzitter en de andere bij het oudste lid in jaren.

 

                                                Artikel 59

 

Tot de stemming wordt slechts toegelaten hij die bevoegd is hieraan deel te nemen, voor zover hij in het bezit is van de voorgeschreven oproepingskaart en zich kan legitimeren door middel van een geldige Arubaanse identiteitskaart, afgegeven op grond van de Landsverordening identiteitskaarten of de landsverordening die deze vervangt, een geldig Nederlands paspoort of een geldig Arubaans, Nederlands-Antilliaans of Nederlands rijbewijs.

 

                                                Artikel 60

 

1. De kiezer overhandigt aan de voorzitter van het stembureau de oproepingskaart.

2. De voorzitter noemt duidelijk verstaanbaar het nummer waaronder de kiezer volgens de oproepingskaart in het afschrift van of uittreksel uit het kiezersregister voorkomt.

3. Het tweede lid van het stembureau noemt de naam, die in het afschrift van of uittreksel uit het kiezersregister bij het door de voorzitter genoemde nummer is vermeld. De voorzitter controleert de naam aan de hand van de oproepingskaart.

4. Het tweede lid van het stembureau houdt, door in het afschrift van of uittreksel uit het kiesregister naast de naam van de kiezer zijn paraaf te stellen, aantekening dat deze zich heeft aangemeld.

5. Vervolgens overhandigt de voorzitter aan de kiezer een stembiljet, dat zodanig is dichtgevouwen, dat de handtekening van de voorzitter van het hoofdstembureau zichtbaar is.

6. De voorzitter houdt aantekening van het aantal uitgereikte stembiljetten, alsmede van het aantal kiezers dat weigert een stembiljet in ontvangst te nemen.

7. Indien een stemmachine wordt gebezigd, wordt de kiezer door de voorzitter toegelaten tot het gebruik van de machine voor het uitbrengen van zijn stem. De machine wordt daartoe door het derde lid van het stembureau op aanwijzing van de voorzitter door middel van een knop of hefboom in gereedheid gebracht.

8. De voorzitter houdt aantekening van het aantal kiezers dat weigert de stemmachine te gebruiken.

 

                                                Artikel 61

 

1. De kiezer begeeft zich na ontvangst van het stembiljet onverwijld naar een niet in gebruik zijnd stemhokje en stemt door met potlood rood te maken één wit stipje, gesteld in het stemvak vóór de naam van de kandidaat zijner keuze.

2. Daarna vouwt hij het stembiljet dicht op zodanig wijze, dat de namen der kandidaten niet zichtbaar zijn, en begeeft zich daarmede onmiddellijk naar de stembus.

3. Het derde lid van het stembureau overtuigt zich, zonder het stembiljet in handen te nemen, dat dit de handtekening van de voorzitter van het hoofdstembureau draagt en doet de kiezer het stembiljet in de stembus steken. Hij houdt aantekening van het aantal in de stembus gestoken stembiljetten.

 

                                                Artikel 62

 

1. Indien de kiezer zich bij de invulling van zijn stembiljet vergist, geeft hij dit aan de voorzitter terug. Deze verstrekt hem op zijn verzoek éénmaal een nieuw biljet.

2. De teruggegeven stembiljetten worden door de voorzitter onmiddellijk onbruikbaar gemaakt door het stempelen van het woord “onbruikbaar” op de beide zijden van het stembiljet.

 

                                                Artikel 63

 

Wanneer aan het stembureau blijkt dat een kiezer uit hoofde van zijn lichamelijke gesteldheid hulp behoeft, kan deze zich doen bijstaan.

 

                                                Artikel 64

 

1. De kiezer die na waarschuwing de wettelijke voorschriften omtrent de stemming niet opvolgt, wordt niet tot de stembus toegelaten en is verplicht het stembiljet, zo hem dit reeds overhandigd is, terug te geven.

2. De tot de stembus toegelaten kiezer die weigert het stembiljet in de bus te steken, is verplicht dit terug te geven.

3. Het tweede lid van artikel 62 is van toepassing.

4. Weigert een kiezer het stembiljet terug te geven, dan houdt de voorzitter daarvan aantekening met vermelding van de naam en het nummer, zoals deze op de oproepingskaart voorkomen.

5. Indien een stemmachine wordt gebezigd, wordt de kiezer die na waarschuwing de wettelijke voorschriften omtrent de stemming niet opvolgt, van het gebruik dan wel van het verder gebruik van de machine uitgesloten.

6. Indien een kiezer de machine instelt op een bepaalde kandidaat, doch zich verwijdert zonder zijn stem te hebben vastgelegd, wordt de machine door het derde lid van het stembureau in de beginstand teruggebracht, zonder dat hij daarbij de handelingen verricht, welke voor het vastleggen van een stem vereist zijn.

 

                                                Artikel 65

 

1. Gedurende de tijd dat het stembureau zitting houdt, zijn de kiezers bevoegd in de voor het publiek bestemde ruimte van het stemlokaal te vertoeven, voor zover de orde daardoor niet wordt verstoord en de voortgang der stemming niet wordt belemmerd.

2. De kiezers verschijnen daar ongewapend, tenzij zij behoren tot de gewapende macht of een wapen bij zich hebben, dat behoort tot hun ambtskleding of bij de kleding, door hen gedragen met vergunning van het boven hen gesteld openbaar gezag.

3. De in het stemlokaal aanwezige kiezers kunnen bezwaren inbrengen, zo de stemming niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften geschiedt.

4. De bezwaren worden in het proces-verbaal van de zitting van het stembureau vermeld.

 

                                                Artikel 66

 

1. De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in het stemlokaal.

2. Niet dan op zijn op de dag der stemming gedane vordering en alleen tot bedwang van wanorde mag enige gewapende macht in het stemlokaal of zijn toegangen worden geplaatst. De burgerlijke en militaire autoriteiten zijn gehouden aan daartoe door de voorzitter van het stembureau gedane vordering te voldoen.

 

                                                Artikel 67

 

1. Bevindt het stembureau dat wanorde in het stemlokaal of zijn toegangen de behoorlijke voortgang der stemming onmogelijk maakt, dan wordt dit door de voorzitter verklaard. De stemming wordt daarop aanstonds geschorst en tot de volgende dag des voormiddags acht uur verdaagd.

2. De sleuf van de stembus wordt onmiddellijk in tegenwoordigheid van de in het stemlokaal aanwezige kiezers gesloten, waarna de stembus wordt verzegeld.

3. Indien een stemmachine wordt gebezigd, worden het bedieningspaneel, alsmede de knop of hefboom, door middel waarvan de machine voor het gebruik door de kiezer in gereedheid wordt gebracht afgesloten of vergrendeld.

4. Aan de deur van het stemlokaal wordt een kennisgeving bevestigd dat de stemming is geschorst tot de volgende dag des voormiddags acht uur.

 

                                                Artikel 68

 

1. Vervolgens worden in afzonderlijke, te verzegelen pakken gesloten:

a.  de sleutels waarmede de stembus of stemmachine is afgesloten;

b.  de niet gebruikte stembiljetten;

c.   de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;

d.  de ingeleverde oproepingskaarten;

e.  het afschrift van of uittreksel uit het kiezersregister.

2. Van de geschorste zitting wordt proces-verbaal opgemaakt, waarin van de in het eerst lid bedoelde verrichtingen tevens melding wordt gemaakt.

3. De vorm en de inrichting van dit proces-verbaal worden geregeld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

 

                                                Artikel 69

 

1. De voorzitter zendt ten spoedigste bericht van de schorsing der stemming aan de minister van Algemene Zaken.

2. Onmiddellijk na ondertekening van het proces-verbaal wordt dit met de stembus, dan wel de stemmachine en de verzegelde pakken door de voorzitter aan het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister ter bewaring overgegeven.

3. Op de dag waarop de stemming wordt hervat, stelt het in het tweede lid genoemde hoofd tijdig vóór de aanvang der stemming de ingevolge het tweede lid aan hem overgegeven stembus, dan wel de stemmachine, en pakken ter beschikking van het stembureau.

4. Tijdig vóór de aanvang van de hervatte stemming pent het stembureau de pakken en stelt het aantal biljetten opnieuw vast.

5. Voor deze stemming wordt een andere stembus gebezigd.

6. Indien een stemmachine is gebruikt, wordt dezelfde machine voor de hervatte stemming gebezigd.

7. De stemming wordt hervat des voormiddags acht uur en duurt tot des namiddags zeven uur.

 

                                                Artikel 70

 

1. Zodra de voor de stemming bepaalde tijd verstreken is, wordt dit door de voorzitter aangekondigd en worden alleen de op het ogenblik dezer aankondiging in of aan de deur van het stemlokaal aanwezige kiezers nog tot de stemming toegelaten. Nadat de laatste dezer kiezers heeft gestemd, wordt de sleuf van de stembus gesloten.

2. Indien een stemmachine wordt gebezigd, wordt alsdan door de voorzitter de knop of hefboom, door middel waarvan de machine voor het gebruik door de kiezer in gereedheid wordt gebracht, afgesloten of vergrendeld.

3. Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, stelt het stembureau vast:

a.  het aantal kiezers, dat zich heeft aangemeld;

b.  het aantal uitgereikte stembiljetten;

c.   het aantal in de stembus gestoken stembiljetten;

d.  het aantal kiezers, dat geweigerd heeft een stembiljet in ontvangst te nemen;

e.  het aantal teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;

f.   het aantal niet gebruikte stembiljetten.

4. Indien een stemmachine wordt gebezigd, stelt het stembureau onverwijld vast:

a.  het aantal kiezers, dat zich heeft aangemeld;

b.  het aantal kiezers, dat gebruik heeft gemaakt van de stemmachine;

c.   het aantal kiezers, dat het gebruik van de stemmachine heeft geweigerd.

5. De aantallen, bedoeld in het derde, dan wel in het vierde lid, worden door de voorzitter aan de aanwezige kiezers bekendgemaakt.

 

                                                Artikel 71

 

1. Door het stembureau wordt vervolgens op het afschrift van of uittreksel uit het kiezersregister het aantal daarop gestelde parafen vermeld en gewaarmerkt. Dit afschrift of uittreksel wordt in een afzonderlijk te verzegelen pak gesloten. Het voorafgaande is van overeenkomstige toepassing, indien voor het afschrift van of uittreksel uit het kiezersregister een kaartregister wordt gebezigd, met dien verstande dat in het pak wordt gesloten een gewaarmerkte verklaring van het stembureau betreffende het aantal gestelde parafen.

2. Tenslotte worden op overeenkomstige wijze ingepakt:

a.  de niet gebruikte stembiljetten;

b.  de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;

c.   de ingeleverde oproep.

 

                                                Artikel 72

 

1. Onmiddellijk na de in artikel 71 voorgeschreven verzegeling wordt de stembus geopend.

2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het stembureau tussen de verzegeling en de opening der stembus een tijdruimte laten van ten hoogste een uur, mits het stemlokaal niet verlatende en de stembus onder zijn toezicht houdende.

3. Indien van deze bevoegdheid gebruik is gemaakt, wordt hiervan en van het voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarde aantekening gehouden in het proces-verbaal der stemming.

 

                                                Artikel 73

 

De stembiljetten worden dooreengemengd, geteld en hun aantal wordt vergeleken met het getal der kiezers, die aan de stemming hebben deelgenomen.

 

                                                Artikel 74

 

1. De leden van het stembureau openen de stembiljetten en voegen deze lijstgewijze bijeen. Zij kunnen zich bij deze werkzaamheden doen bijstaan door plaatsvervangende leden.

2. Vervolgens doet de voorzitter lijstgewijze ten aanzien van elk stembiljet mededeling van de naam van de kandidaat op wie een stem is uitgebracht.

3. De beide andere leden houden aantekening van iedere uitgebrachte stem, nadat de oudste van hen het stembiljet heeft nagezien.

 

                                                Artikel 75

 

Het stembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast:

a.  het aantal der op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen;

b.  de som van de aantallen stemmen, bedoeld onder a.

 

                                                Artikel 76

 

1. Van onwaarde zijn andere stembiljetten dan die welke volgens deze landsverordening en de tot haar uitvoering gegeven voorschriften mogen worden gebruikt.

2. Voorts zijn van onwaarde de stembiljetten:

a.  waarop in geen stemvak het witte stipje rood is gemaakt;

b.  waarop in meer dan één stemvak het witte stipje rood is gemaakt;

c.   waarop de kiezer zijn stem heeft uitgebracht anders dan met rood potlood;

d.  waarop bijvoegingen zijn geplaatst, of die een aanduiding van de kiezer bevatten;

e.  welke niet zijn voorzien van de voorgeschreven handtekening.

3. Onder bijvoegingen worden niet begrepen punten, strepen, vlakken, nagel-indrukken, vouwen, scheuren, gaten en vlekken.

4. Het ten dele rood maken van het witte stipje in het stemvak vóór de naam van een kandidaat wordt met het rood maken ervan gelijkgesteld, indien dit kennelijk met de bedoeling van de kiezer overeenstemt; het wordt geacht niet te zijn geschied, indien zulks kennelijk niet het geval is.

 

                                                Artikel 77

 

1. Het stembureau beslist, met inachtneming van artikel 76, over de waarde van het stembiljet, terstond nadat de voorzitter daarvan inzage heeft genomen.

2. De voorzitter maakt de reden van ongeldigverklaring en van twijfel over de geldigheid, alsmede de beslissing daaromtrent onmiddellijk bekend.

3. De beide andere leden houden aantekening van elk geldig verklaard stembiljet.

4. Indien één der in het lokaal aanwezige kiezers dit verlangt, moet het biljet worden vertoond. De kiezers kunnen bezwaren tegen de genomen beslissing inbrengen.

 

                                                Artikel 78

 

1. Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, maakt de voorzitter ten aanzien van iedere lijst bekend zowel het aantal der op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen, als het gezamenlijk aantal uitgebrachte stemmen. Door de in het lokaal aanwezige kiezers kunnen bezwaren worden ingebracht.

2. Vervolgens worden de van onwaarde verklaarde stembiljetten in een te verzegelen pak gesloten. Op dit pak worden vermeld het nummer van het stemdistrict en het aantal stembiljetten dat het pak inhoudt.

3. Daarop worden de geldige stembiljetten, lijstgewijze gerangschikt, in een of meer te verzegelen pakken gesloten.

4. Op ieder pak, in het derde lid bedoeld, worden vermeld het nummer van het stemdistrict en het aantal stembiljetten dat het pak inhoudt alsmede, indien de biljetten in meer dan een pak worden ingesloten, de nummers van de lijsten op welke de ingesloten biljetten betrekking hebben.

 

                                                Artikel 79

 

1. Indien een stemmachine wordt gebezigd, wordt onmiddellijk na de in artikel 71 voorgeschreven verzegeling, de ruimte waarin de telwerken zich bevinden, ontsloten. In de stand der telwerken wordt geen wijziging aangebracht.

2. Vervolgens doet de voorzitter lijstgewijs mededeling van het aantal der op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen.

3. Het stembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast de som van de aantallen stemmen uitgebracht op de op die lijst voorkomende kandidaten. De voorzitter doet hiervan mededeling. Door de in het lokaal aanwezige kiezers kunnen bezwaren worden ingebracht.

4. De voorzitter sluit daarop de ruimte, waarin de telwerken zich bevinden, af. De sleutel wordt in een te verzegelen enveloppe gesloten. 

                                                Artikel 80

 

1. Nadat alle werkzaamheden, in artikel 78, dan wel artikel 79 vermeld, zijn beëindigd, wordt aanstonds procesverbaal in tweevoud opgemaakt van de stemming en van de stemopneming. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld.

2. Het proces-verbaal wordt door alle leden van het stembureau getekend.

 

                                                Artikel 81

 

1. Het proces-verbaal wordt met de verzegelde pakken, in de artikelen 71 en 78 bedoeld, door de voorzitter of een door deze aan te wijzen lid van het stembureau naar de voorzitter van het hoofdstembureau overgebracht.

2. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister zorgt dat de stemmachine niet wordt geopend, voordat het hoofdstembureau de uitslag der verkiezing heeft vastgesteld en over de toelating der benoemden is beslist. Hij houdt de stemmachine, alsmede de verzegelde enveloppe, bedoeld in artikel 79, ter beschikking van de voorzitter van het hoofdstembureau. Dient de machine wederom gebezigd te worden vóór het in de eerste volzin bedoelde tijdstip, dan stelt het in de eerste volzin genoemde hoofd bij proces-verbaal de stand der telwerken vast.

 

                                           HOOFDSTUK VII

 

                        De vaststelling van de uitslag der verkiezing

 

                                                Artikel 82

 

1. Het hoofdstembureau houdt op de vijfde dag na die der stemming des voormiddags te tien uur een zitting.

2. Gedurende de tijd dat het hoofdstembureau zitting houdt, zijn de kiezers bevoegd in de voor het publiek bestemde ruimte van het zittingslokaal te vertoeven, voor zover de orde daardoor niet wordt verstoord en de voortgang der werkzaamheden niet wordt belemmerd.

3. De kiezers verschijnen daar ongewapend, tenzij zij behoren tot de gewapende macht of een wapen bij zich hebben, dat behoort tot hun ambtskleding of bij de kleding, door hen met vergunning van het boven hen gesteld openbaar gezag gedragen.

 

                                                Artikel 83

 

1. De voorzitter is belast met de handhaving van de orde in het zittingslokaal.

2. Niet dan op zijn op de dag der zitting gedane vordering en alleen tot bedwang van wanorde mag enige gewapende macht in het zittingslokaal of zijn toegangen worden geplaatst. De burgerlijke en militaire autoriteiten zijn gehouden aan een daartoe door de voorzitter van het hoofdstembureau gedane vordering te voldoen.

 

 

                                                Artikel 84

 

1. Het hoofdstembureau kan op de in artikel 82 genoemde zitting hetzij ambtshalve, hetzij naar aanleiding van een met opgave van redenen gedaan verzoek van een of meer kiezers een nieuwe opneming van stembiljetten zowel uit alle als uit één of meer stemdistricten bevelen.

2. Het hoofdstembureau gaat alsdan onmiddellijk tot deze opneming over. Het is bevoegd daartoe de verzegelde pakken te openen en de inhoud te vergelijken met de processen-verbaal der stembureaus.

3. Bij deze opneming zijn de artikelen 70 tot en met 80 voor zoveel nodig, van overeenkomstige toepassing.

 

                                                Artikel 85

 

1. Het hoofdstembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast:

a.  het aantal der op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen;

b.  de som van de aantallen stemmen, bedoeld onder a, deze som wordt stemcijfer genoemd.

2. De voorzitter maakt de aldus verkregen uitkomsten bekend.

3. Door de in het lokaal aanwezige kiezers kunnen bezwaren worden ingebracht.

 

                                                Artikel 86

 

1. Nadat alle werkzaamheden zijn beëindigd, wordt daarvan aanstonds proces-verbaal opgemaakt. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld.

2. Het proces-verbaal wordt door alle ter zitting aanwezige leden van het hoofdstembureau getekend.

 

                                                Artikel 87

 

1. De voorzitter doet terstond het proces-verbaal ter zitting van het hoofdstembureau bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister voor een ieder ter inzage nederleggen.

2. Hij vernietigt, nadat het hoofdstembureau de uitslag der verkiezing heeft vastgesteld en over de toelating der gekozenen is beslist, de verzegelde pakken.

3. Na afloop van de tijd waarvoor de verkiezing is geschied, vernietigt hij, desgewenst, de processen-verbaal der stembureaus.

4. Van de vernietiging ingevolge het tweede en derde lid wordt proces-verbaal opgemaakt.

 

                                                Artikel 88

 

1. De verzegeling, in de artikelen 67, 68, 71 en 78 voorgeschreven, geschiedt met als zegel het wapen van Aruba.

2. Bij verzegeling van de stembus wordt het bedoelde zegel afgedrukt op een stuk stevig band, hetwelk na toedrukken van de sleuf van de stembus, hier overgelegd en door de oogjes der bus getrokken zijnde, met de einden op het deksel, door het bedoelde zegel bevestigd wordt. Onder het band, ter plaatse waar het zegel moet worden afgedrukt, wordt een stuk papier gelegd.

 

                                                Artikel 89

 

1. Indien op de kandidatenlijst of lijsten evenveel kandidaten voorkomen als plaatsen te vervullen zijn, verklaart het hoofdstembureau alle kandidaten gekozen, zodra de termijn van beroep, bepaald in artikel 27, eerste lid, is verstreken of, in geval van beroep, zodra de beslissing van de rechter ingevolge artikel 29, tweede lid, aan het hoofdstembureau is medegedeeld.

2. Is slechts één lijst ingeleverd of is tengevolge van het ongeldig verklaren van kandidatenlijsten slechts één geldige lijst overgebleven en komen daarop meer kandidaten voor, dan plaatsen te vervullen zijn, dan verklaart het hoofdstembureau, zodra de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken of de daar bedoelde beslissing aan het hoofdstembureau is medegedeeld, zoveel van de kandidaten gekozen, in de volgorde waarin zij op de lijst voorkomen, als plaatsen te vervullen zijn.

3. Indien geen kandidatenlijsten zijn ingeleverd of op de ingeleverde kandidatenlijsten minder kandidaten voorkomen, dan plaatsen te vervullen zijn, verklaart het hoofdstembureau, zodra de tijd voor de indiening van de kandidatenlijsten is verstreken, dat niemand is gekozen.

4. Indien tengevolge van het ongeldig verklaren van lijsten of het daarvan schrappen van kandidaten geen geldige lijst overblijft of op de geldige lijst(en) (te zamen) minder kandidaten voorkomen, dan plaatsen te vervullen zijn, verklaart het hoofdstembureau, zodra de in het eerste lid bedoelde termijn is verstreken of de daar bedoelde beslissing aan het hoofdstembureau is medegedeeld, dat niemand is gekozen.

5. Het hoofdstembureau maakt van een en ander onmiddellijk proces-verbaal op, dat wordt openbaar gemaakt door nederlegging ter inzage voor een ieder bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister. Van de nederlegging van het proces-verbaal geschiedt tegelijk openbare kennisgeving. De artikelen 101 en 102 zijn van overeenkomstige toepassing.

6. In de gevallen, bedoeld in het derde en het vierde lid, heeft op de veertiende dag na de dagtekening van het proces-verbaal, vermeldende dat niemand is gekozen, opnieuw kandidaatstelling plaats.

 

                                                Artikel 90

 

Zo spoedig mogelijk na de in artikel 82 bedoelde zitting stelt het hoofdstembureau de uitslag der verkiezing bij besluit vast.

 

                                                Artikel 91

 

1. Het hoofdstembureau deelt de som der stemcijfers van alle lijsten door het aantal te vervullen plaatsen.

2. Het aldus verkregen quotiënt wordt kiesdeler genoemd.

3. Even zovele malen als de kiesdeler is begrepen in het stemcijfer ener lijst, wordt aan die lijst een der te vervullen plaatsen toegekend.

 

                                                Artikel 92

 

1. Van de plaatsen welke na toepassing van artikel 91 nog te vervullen zijn, wordt achtereenvolgens telkens een plaats toegekend aan de lijst, welke na toekenning der plaats het grootste gemiddelde aantal stemmen per toegekende plaats zou aanwijzen. Indien gemiddelden gelijk zijn, beslist het lot.

2. Bij deze toekenning komen niet in aanmerking lijsten waarvan het stemcijfer lager is dan de kiesdeler.

3. Indien door toepassing van artikel 91 aan een lijst één of meer plaatsen zouden moeten worden toegekend boven het aantal harer kandidaten, worden de overblijvende plaats of plaatsen aan één of meer der andere lijsten toegekend door voortzetting van de toepassing van het eerste lid van dit artikel.

 

                                                Artikel 93

 

1. Het hoofdstembureau deelt het stemcijfer der lijst door het aantal aan de lijst toegekende plaatsen.

2. Het aldus verkregen quotiënt wordt lijstkiesdeler genoemd.

 

                                                Artikel 94

 

1. Ter vervulling van de aan iedere lijst toegekende plaatsen zijn gekozen de kandidaten der lijst, die een aantal stemmen hebben verkregen, gelijk aan de lijstkiesdeler.

2. Ter bepaling van het aantal stemmen, door ieder van de op een lijst geplaatste kandidaten verkregen, worden eerst de stemmen die boven het aan de lijstkiesdeler gelijk aantal op een kandidaat of kandidaten der lijst zijn uitgebracht, overgedragen op de kandidaten der lijst, op wie een aantal stemmen kleiner dan de lijstkiesdeler of geen stem is uitgebracht, in dier voege dat, voor zover het aantal over te dragen stemmen dit toelaat, aan ieder van deze kandidaten in de volgorde waarin zij op de lijst voorkomen, zoveel van die stemmen worden toegekend, als het aantal der op hen uitgebrachte stemmen minder bedraagt dan de lijstkiesdeler. Overgedragen stemmen worden geacht uitgebracht te zijn op de kandidaat, op wie zij overgedragen zijn.

 

                                                Artikel 95

 


1. Hebben minder kandidaten ener lijst, dan plaatsen aan die lijst zijn toegekend, het aantal stemmen gelijk aan de kiesdeler verkregen, dan zijn ter vervulling van de overblijvende plaatsen, diegenen van de overige kandidaten der lijst gekozen, die de meeste stemmen hebben verkregen, voor zover die kandidaten een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan de helft van de lijstkiesdeler.

2. Hebben minder kandidaten, dan aldus plaatsen zijn te vervullen, een aantal stemmen verkregen, groter dan de helft van de lijstkiesdeler, dan worden de alsnog te vervullen plaatsen toegekend aan de in de volgorde hoogst geplaatste nog niet gekozen kandidaten der lijst.

 

                                                Artikel 96

 

1. Heeft geen enkele kandidaat ener lijst het aantal stemmen gelijk aan de lijstkiesdeler verkregen, dan zijn, ter vervulling van de aan die lijst toegekende plaatsen, diegenen van de kandidaten der lijst gekozen, die de meeste stemmen hebben verkregen, voor zover die kandidaten een aantal stemmen hebben verkregen, groter dan de helft van de lijstkiesdeler.

2. Hebben minder kandidaten dan plaatsen zijn te vervullen een aantal stemmen verkregen, groter dan de helft van de lijstkiesdeler, dan worden de alsnog te vervullen plaatsen toegekend aan de in de volgorde hoogst geplaatste, nog niet gekozen kandidaten der lijst.

 

                                                Artikel 97

 

Voor zover kandidaten een gelijk aantal stemmen verkregen, beslist de volgorde der lijst.

 

                                                Artikel 98

 

Blijkt bij de vaststelling van de uitslag der verkiezing een kandidaat overleden, dan wordt zijn naam buiten rekening gelaten.

 

                                                Artikel 99

 

1. Het hoofdstembureau rangschikt ten aanzien van iedere lijst de daarop voorkomende kandidaten in zodanige volgorde, dat bovenaan komen te staan de kandidaten die het aantal stemmen vereist om gekozen te zijn hebben verkregen, in de volgorde van de lijst.

2. Vervolgens worden de kandidaten die niet het aantal stemmen vereist om gekozen te zijn hebben verkregen, zodanig gerangschikt, dat eerst komen, in de volgorde van het door ieder van hen verkregen aantal stemmen, de kandidaten die een aantal stemmen verkregen groter dan de helft van de lijstkiesdeler, en daarna de overige in de volgorde van de lijst.

3. Voor zover kandidaten een gelijk aantal stemmen hebben verkregen, beslist de volgorde der lijst.

 

                                               Artikel 100

 

De voorzitter van het hoofdstembureau maakt de uitslag der verkiezing zo spoedig mogelijk bekend in een zitting ten aanzien waarvan van toepassing zijn de artikelen 82, tweede en derde lid, 83, 85, derde lid, en 86.

 

                                               Artikel 101

 

De besluiten waarbij de uitslag der verkiezing is vastgesteld, worden openbaar gemaakt door opneming in de Landscourant van Aruba en neerlegging ter inzage voor een ieder bij het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister. Van deze nederlegging geschiedt tegelijk openbare kennisgeving.

 

                                               Artikel 102

 


De voorzitter van het hoofdstembureau doet aan de Staten afschriften van de navolgende stukken toekomen:

a.  de processen-verbaal van de zittingen der stembureaus;

b.  het proces-verbaal van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 86;

c.   het proces-verbaal van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 89;

d.  het besluit van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 90;

e.  het proces-verbaal van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 100.

 

                                           HOOFDSTUK VIII

 

Het onderzoek der geloofsbrieven, de toelating der gekozen verklaarden en het einde van het lidmaatschap

 

                                               Artikel 103

 

1. De voorzitter van het hoofdstembureau geeft de gekozene kennis van zijn verkiezing bij een door hem ondertekende brief welke in tweevoud binnen drie dagen na de vaststelling van de uitslag der verkiezing of na de gekozenverklaring aangetekend wordt toegezonden of tegen gedagtekend ontvangstbewijs wordt uitgereikt. De brief wordt toegezonden aan het adres van de gekozene, vermeld bij de kandidaatstelling, of, zo de gekozene daarna een ander adres heeft opgegeven, aan dat adres.

2. Kennisgeving naar een plaats, gelegen buiten Aruba, geschiedt telegrafisch.

 

                                               Artikel 104

 

1. De gekozene geeft binnen vijf dagen na het bekomen van de kennisgeving een gedagtekend bewijs van ontvangst daarvan af.

2. Binnen twee weken na de dagtekening van de kennisgeving van verkiezing moet bij de voorzitter van het hoofdstembureau van de gekozene bij brief of telegrafisch mededeling zijn ontvangen of de gekozene de verkiezing aanneemt. Is binnen de tijd de mededeling niet ontvangen, dan wordt hij geacht de verkiezing niet aan te nemen. Van het niet aannemen van de verkiezing wordt door de voorzitter mededeling gedaan aan de Staten.

3. De voorzitter geeft van de ontvangst van de mededeling van aanneming der verkiezing onverwijld bericht aan de gekozene en aan de Staten. Het bericht aan de gekozene wordt in tweevoud gezonden.

4. Dit bericht en de kennisgeving, voorgeschreven in artikel 103, strekken de gekozene tot geloofsbrief.

 

                                               Artikel 105

 

1. De geloofsbrief moet door de gekozene binnen drie weken na de dagtekening van de kennisgeving van verkiezing bij de Staten worden ingezonden.

2. Is de geloofsbrief niet binnen de in het eerste lid bepaalde termijn ingezonden, dan wordt de plaats geacht op de eerste dag na afloop van die termijn opnieuw te zijn opengevallen. De voorzitter van de Staten geeft hiervan onverwijld kennis aan het hoofdstembureau.

 

                                               Artikel 106

 

1. De gekozene legt tegelijk met de geloofsbrief aan de Staten over een door hem ondertekende verklaring, vermeldende alle openbare betrekkingen welke hij bekleedt.

2. Indien de gekozene niet reeds eerder als lid van de Staten is toegelaten, legt hij tevens over een uittreksel uit het geboorteregister of bij gemis daarvan, een akte van bekendheid, waaruit datum en plaats van zijn geboorte blijken.

 

                                               Artikel 107

 

1. De Staten onderzoeken de geloofsbrief en beslissen of de gekozene als lid van de Staten wordt toegelaten. Daarbij gaan zij na of de gekozene aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet en geen met het lidmaatschap onverenigbare betrekking bekleedt, en beslissen zij de geschillen welke met betrekking tot de geloofsbrief of de verkiezing zelf rijzen.

2. Het onderzoek der geloofsbrieven strekt zich niet uit tot de geldigheid van de lijsten, zoals zij door het hoofdstembureau zijn openbaar gemaakt.

3. Het onderzoek van de geloofsbrief van hem die gekozen verklaard is ingevolge het bepaalde bij artikel 114, strekt zich niet uit tot punten, rakende de geldigheid der stemming.

 

                                               Artikel 108

 

De ongeldigheid van de stemming in één of meer stemdistricten of een onjuistheid in de vaststelling van de uitslag der verkiezing staat niet in de weg aan de toelating van de leden op wier verkiezing de ongeldigheid of onjuistheid geen invloed kan hebben gehad en, in geval van ongeldigheid van stemming, de nieuwe stemming geen invloed kan hebben.

 

                                               Artikel 109

 

1. Indien de Staten besluiten tot niet-toelating van één of meer gekozenen wegens de ongeldigheid van de stemming in één of meer stemdistricten, geeft de voorzitter daarvan onverwijld kennis aan de minister van Algemene Zaken.

2. Binnen een maand nadat deze kennisgeving is ontvangen, vindt in de in het eerste lid bedoelde stemdistricten een nieuwe stemming plaats en wordt de uitslag der verkiezing opnieuw vastgesteld.

3. Bij deze vaststelling blijft hij die reeds als lid van de Staten is toegelaten, gekozen verklaard, ook indien mocht blijken dat dit ten onrechte is geschied. Tegenover hem valt dan af de kandidaat, die, indien de toegelatene niet gekozen ware verklaard, gekozen zou zijn.

 

                                               Artikel 110

 

1. Aan de in artikel 109 bedoelde stemming zijn díe kiezers bevoegd deel te nemen, wier namen voorkomen in het afschrift van of uittreksel uit het kiezersregister, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van artikel 46.

2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing ten aanzien van de kiezers die, hoewel voorkomende op het in dat lid bedoelde afschrift of uittreksel, niet aan de ongeldig verklaarde stemming hebben deelgenomen.

 

                                               Artikel 111

 

Indien de Staten besluiten één of meer gekozenen wegens de onjuistheid van de vaststelling van de uitslag der verkiezing niet toe te laten, geeft de voorzitter daarvan onverwijld kennis aan het hoofdstembureau.

 

                                               Artikel 112

 

1. Binnen acht dagen, nadat kennisgeving bedoeld in artikel 111 is ontvangen, houdt het hoofdstembureau een voor de kiezers toegankelijke zitting en stelt met inachtneming van de in artikel 111 bedoelde beslissing de uitslag van de verkiezing, voor zover nodig, opnieuw vast.

2. Het onderzoek van de geloofsbrief van de aldus nieuw gekozen verklaarde strekt zich niet uit tot punten, rakende de geldigheid van de stemming.

3. De artikelen 87, eerste lid, 100, 101 en 102 vinden overeenkomstige toepassing.

 

                                               Artikel 113

 

Indien de Staten besluiten een gekozene niet als lid toe te laten, op grond dat deze niet voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap, of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking bekleedt, geeft de voorzitter daarvan onverwijld kennis aan het hoofdstembureau.

 

                                               Artikel 114

 

Wanneer een gekozene zijn verkiezing niet aanneemt, of wanneer overigens, anders dan bij de vaststelling van de uitslag van een verkiezing, in een opengevallen of open te vallen plaats moet worden voorzien, verklaart de voorzitter van het hoofdstembureau bij een door hem met redenen omkleed besluit binnen acht dagen, nadat dit te zijner kennis is gekomen, gekozen de kandidaat die voorkomt op de lijst waarop hij wiens plaats is opengevallen of zal openvallen, is gekozen en die in de volgorde, bedoeld in artikel 99, het hoogst op de lijst is geplaatst of, indien artikel 89 toepassing heeft gevonden, naar de volgorde der kandidaten op de lijst voor verkiezing in aanmerking komt.

 

                                               Artikel 115

 

Bij de toepassing van artikel 114 wordt buiten beschouwing gelaten de kandidaat:

a.  die is overleden;

b.  wiens vacature vervuld wordt;

c.   die in de vacature gekozen is verklaard, maar schriftelijk verklaard heeft of ingevolge het tweede lid van artikel 104 geacht wordt de verkiezing niet aan te nemen;

d.  die lid is van de Staten of als zodanig gekozen is verklaard, terwijl over zijn toelating als lid nog niet is beslist;

e.  van wie door de voorzitter van het hoofdstembureau een schriftelijke verklaring is ontvangen dat hij voor verkiezing niet in aanmerking wenst te komen.

 

                                               Artikel 116

 

Indien ook de kandidaat die gekozen verklaard is in de plaats van hem die zijn verkiezing niet heeft aangenomen, de verkiezing niet aanneemt, wordt mede buiten rekening gelaten de naam van de eerstgekozenen kandidaat en, bij verdere toepassing van de voorgaande artikelen, bovendien de naam van iedere volgende gekozen kandidaat die zijn verkiezing niet heeft aangenomen.

 

 

 

                                               Artikel 117

 

Op het besluit tot verkiezing is het gestelde in de artikelen 101 en 102 van overeenkomstige toepassing.

 

                                               Artikel 118

 

1. Zodra blijkt dat een lid van de Staten een der vereisten van het lidmaatschap niet bezit, een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult of langer dan acht maanden buiten het land verblijft, houdt hij op lid te zijn.

2. De voorzitter van de Staten geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het hoofdstembureau.

3. Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in de Staten is opengevallen.

 

 

 

                                               Artikel 119

 

Een lid van de Staten tot wiens toelating is besloten, kan te allen tijde zijn ontslag nemen. Hij bericht dit schriftelijk aan de regering. De regering geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van de Staten en de voorzitter van het hoofdstembureau.

 

                                               Artikel 120

 

1. Wanneer een lid van de Staten komt te verkeren in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel 118, geeft hij hiervan kennis aan de Staten met vermelding van de reden.

2. Indien de kennisgeving niet is gedaan en de voorzitter van de Staten van oordeel is dat een lid van de Staten verkeert in één van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel 118, waarschuwt hij de belanghebbende. Indien de woonplaats en werkelijke verblijfplaats van de belanghebbende onbekend zijn, wordt deze waarschuwing opgenomen in de Landscourant van Aruba.

3. Het staat de belanghebbende vrij de zaak binnen veertien dagen of, indien de waarschuwing wordt opgenomen in de Landscourant van Aruba binnen drie weken, aan de beslissing der Staten te onderwerpen. Deze termijn begint te lopen, hetzij op de dag na verzending der waarschuwing, hetzij op de dag na plaatsing ervan in vorenbedoeld blad. De Staten nemen zo spoedig mogelijk een beslissing.

 

                                               Artikel 121

 

1. Indien de Staten besluiten tot toelating van een gekozene, geeft de voorzitter daarvan onverwijld kennis aan:

a.  de Gouverneur;

b.  de voorzitter van het hoofdstembureau;

c.   de toegelatene.

2. De toegelatene dient binnen vier weken na de dagtekening van de kennisgeving, in het eerste lid bedoeld, aan de Gouverneur het verzoek te doen tot het afleggen van de eed (verklaring en belofte), bedoeld in artikel III.11 van de Staatsregeling van Aruba.

3. De Gouverneur bepaalt vervolgens de datum en het uur waarop de eed (verklaring en belofte) zal worden afgelegd, en roept de toegelatene op om de eed (verklaring en belofte) af te leggen.


4. Indien de toegelatene het verzoek tot het afleggen van de eed (verklaring en belofte) niet binnen de in het tweede lid bepaalde termijn heeft ingezonden of geen gehoor heeft gegeven aan de oproep om de eed (verklaring en belofte) te komen afleggen, wordt hiervan door of namens de Gouverneur onverwijld kennis gegeven aan de voorzitters van de Staten en van het hoofdstembureau. De vacature waarin de toegelatene gekozen is verklaard, wordt dan geacht op de eerste dag na afloop van de in het tweede lid bepaalde termijn opnieuw te zijn opengevallen.

5. Het bepaalde in het vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van de toegelatene die wegens lichamelijke gesteldheid niet in staat is de eed (verklaring en belofte) af te leggen, een en ander ter beoordeling van de Gouverneur.

 

                                            HOOFDSTUK IX

 

                                            Strafbepalingen

 

                                               Artikel 122

 

Hij die een stembiljet namaakt of vervalst met het oogmerk om dit stembiljet als echt en onvervalst te gebruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

 

                                               Artikel 123

 

Hij die opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken een stembiljet dat hij zelf heeft nagemaakt of vervalst, of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij dit ontving, bekend was, of dit met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken in voorraad heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.

 

                                               Artikel 124

 

Hij die een stembiljet voorhanden heeft met het oogmerk om dit wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.

 

                                               Artikel 125

 

Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 122, 123 of 124 omschreven misdrijven worden:

-    het stembiljet,

-    het valse of vervalste stembiljet,

-    de stoffen of voorwerpen, uit hun aard bestemd tot het namaken of vervalsen van het stembiljet, voor zover daarmede het misdrijf is gepleegd of zij het voorwerp daarvan hebben uitgemaakt, verbeurd verklaard, ook indien zij niet aan de veroordeelde toebehoren.

 

                                               Artikel 126

 

Bij veroordeling wegens een der in de artikelen 122, 123 en 124 omschreven misdrijven kan ontzetting van de in het eerste lid van artikel 32, onderdelen a tot en met d, van het Wetboek van Strafrecht van Aruba vermelde rechten worden uitgesproken.

 

                                               Artikel 127

 

Hij die bij een verkiezing van de leden van de Staten meer dan eenmaal zijn stem uitbrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.

                                               Artikel 128

 

Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten hoogste duizend florin wordt gestraft hij die een hem bij artikel 40 of 41 opgelegde verplichting niet nakomt.

 

                                               Artikel 129

 

De voorzitter, de leden en de ter vervanging opgeroepen plaatsvervangende leden van het stembureau, die gedurende de zitting buiten noodzaak afwezig zijn, worden gestraft met een geldboete van ten hoogste honderd florin.

 

                                               Artikel 130

 

De kiezer die niet voldoet aan de bij artikel 64 opgelegde verplichting tot teruggave van het stembiljet, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of een geldboete van ten hoogste driehonderd florin.

 

                                               Artikel 131

 

De in de artikelen 128, 129 en 130 bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.

 

 

 

 

 

                                            HOOFDSTUK X

 

                                  Overgangs- en slotbepalingen

 

                                               Artikel 132

 

1. Wanneer de in deze landsverordening bepaalde verrichtingen op een zaterdag, op een zondag of op een met de zondag gelijkgestelde feestdag vallen, of de daarin gestelde termijnen op een zaterdag, op een zondag of op een met de zondag gelijkgestelde feestdag aflopen, treedt de eerstvolgende dag, geen zaterdag, zondag of met de zondag gelijkgestelde feestdag zijnde, daarvoor in de plaats.

2. Voorzover de bepaling van de tijd voor die verrichtingen aan het openbaar gezag is opgedragen, worden daarvoor geen zaterdagen, zondagen of met de zondag gelijkgestelde feestdagen aangewezen.

3. Als met de zondag gelijkgestelde feestdagen worden beschouwd de dagen aangewezen in het Landsbesluit met zondag gelijkgestelde dagen en voorts iedere in bijzondere gevallen als zodanig bij landsbesluit aangewezen dag.

 

                                               Artikel 133

 

Verzoekschriften, beslissingen, uitspraken, kennisgevingen en alle andere stukken ingevolge deze landsverordening opgemaakt of ingediend, zijn vrij van het recht van zegel en van andere rechten of heffingen, voor zover elders niet anders is bepaald.

 

                                               Artikel 134

 

De vorm en de inrichting van de krachtens deze landsverordening op te maken processen-verbaal en de ingevolge de artikelen 90 en 114 op te maken besluiten worden vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen.

                                               Artikel 135

 

Bij de eerste verkiezing van de leden van de Staten na de inwerkingtreding van deze landsverordening wordt voor de toepassing van de artikelen 17, eerste lid, en 30, tweede lid, onder de laatstgehouden verkiezing voor de Staten verstaan de op 22 november 1985 gehouden verkiezing voor de Eilandsraad van Aruba.

 

                                               Artikel 136

 

1. Deze landsverordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging.

2. Zij kan worden aangehaald als Kiesverordening.

No Comments »

Reglement van Orde Ministerraad

Sunday, June 15th, 2008

Intitulé   :   LANDSVERORDENING houdende goedkeuring van het Reglement van Orde voor de ministerraad*

 

Citeertitel:   Geen

 

Vindplaats : AB 1999 no. 26

 

Wijzigingen: Geen

 

===============================================

 

                                               Enig artikel

 

Goedgekeurd wordt het Reglement van Orde voor de ministerraad, zoals vastgesteld bij landsbesluit van 27 januari 1999, no. 1, en als bijlage bij deze landsverordening gevoegd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

*  Deze citeertitel is ingevoerd bij AB 1997 45;

De wijziging zoals opgenomen in AB 1992 18 is ingetrokken bij AB 2000 101 (inwtr. AB 2000 102) en is nooit in werking getreden


                                                                                                   BIJLAGE

                      REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE MINISTERRAAD

 

                                           §1. Samenstelling

 

                                                 Artikel 1

 

1. De ministers vormen tezamen de ministerraad.

2. De minister‑president is voorzitter van de ministerraad.

3. Bij beschikking van de ministerraad wordt geregeld, welke minister in geval van ontstentenis of verhindering van de minister‑president optreedt als waarnemend minister‑president.

4. De ministerraad benoemt op voordracht van de minister-president de secretaris en één of meer plaatsvervangende secretaris(sen).

 

                                                 § 2. Taak

 

                                                 Artikel 2

 

1. De ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid teneinde de eenheid in dat beleid te bevorderen.

2. In elk geval beraadslaagt en besluit de ministerraad:

a.   in voorkomende gevallen over het in te nemen standpunt bij de voorbereiding en behandeling van Koninkrijksaangelegenheden en bij aangelegenheden inzake onderlinge bijstand, overleg en samenwerking tussen de landen in het Koninkrijk; 

b.   over de instructie voor de gevolmachtigde minister, mede in verband met de vergaderingen van de ministerraad van het Koninkrijk, met inachtneming van het gestelde onder a;

c.    over de ontwerpen van landsverordening en landsbesluit, houdende algemene maatregelen, alvorens deze bij de Raad van Advies worden ingediend;

d.   over de onder sub c genoemde ontwerpen, voor zover deze bij de Raad van Advies tot belangrijke aanmerkingen of bezwaren hebben aanleiding gegeven, tenzij de spoed welke de behandeling mocht vereisen, nader overleg in de ministerraad niet toelaat;

e.   over de voordrachten aan de Gouverneur inzake benoeming, bevordering bij keuze, schorsing en ontslag van ambtenaren, en van personen in gewichtige betrekkingen, meer bepaald:

1.   de voorzitter en de ondervoorzitter van de Staten.

2.   de voorzitter, de leden, alsmede de secretaris van de Raad van Advies;

3.   de gevolmachtigde minister in Nederland en de directeur van het Kabinet van de gevolmachtigde minister;

4.   de directeuren en de secretaris van de Centrale Bank van Aruba;

5.   de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden van de Deviezencommissie;

6.   de advocaat‑generaal, de officieren van justitie, alsmede de substituut‑officieren van justitie;

7.   de notarissen;

8.   de griffier en de substituut‑griffier van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba;

9.   de griffier en de substituut‑griffiers bij het gerecht in eerste aanleg;

10.  de directeur en commissarissen van het Algemeen Pensioenfonds van Aruba.

f.    over voorstellen inzake overeenkomsten met arbeidscontractanten en consultants;

g.   over de uitzending van ambtenaren buiten Aruba;

h.   over het ontwerp‑reglement van orde voor de Raad van Advies;

i.    over het ontwerp‑reglement van orde voor de ministerraad;

j.    over de ontwerp‑instructie voor de gevolmachtigde minister;

k.    over het uit te brengen advies nopens het overleg dat ingevolge het bepaalde in artikel VI.21, tweede lid, van de Staatsregeling van Aruba gepleegd wordt met de regering.

 

                                                 Artikel 3

 

Over aangelegenheden bij welke het algemeen regeringsbeleid betrokken kan zijn, niet behorende tot die bedoeld in artikel 2, plegen de ministers overleg met de minister‑president. Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt, worden deze aangelegenheden in de raad gebracht.

 

                                                 Artikel 4

 

In gevallen waarin het niet duidelijk is, welke minister in de eerste plaats verantwoordelijk is voor een bepaalde aangelegenheid, beslist de minister‑president over die verantwoordelijkheid.

 

                                                 Artikel 5

 

De minister‑president kan, indien een aangelegenheid door de minister die daarvoor in de eerste plaats verantwoordelijk is, niet in de ministerraad aan de orde wordt gesteld, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, zelf zorg dragen voor de indiening van deze aangelegenheid bij de ministerraad.

 

                                             § 3. Werkwijze

 

                                                 Artikel 6

 

De ministerraad vergadert in beginsel eenmaal per week. Voorts roept de minister‑president de ministerraad zo dikwijls bijeen als hij dit nodig oordeelt of wanneer twee of meer ministers dit verlangen.

 

                                                 Artikel 7

 

In geval van verhindering een vergadering bij te wonen geven de ministers daarvan tijdig kennis aan de minister‑president.

 

                                                 Artikel 8

 

1. Indien de minister‑president of een minister zich tijdelijk buitenslands begeeft, stelt hij de Gouverneur daarvan schriftelijk in kennis, onder vermelding van de vermoedelijke duur van de reis.

2. Een minister geeft hiervan bovendien tijdig kennis aan de minister‑president.

 

                                                 Artikel 9

 

De vergaderingen van de ministerraad worden met gesloten deuren gehouden.

 

                                                 Artikel 10

 

1. De minister‑president stelt de agenda vast. Een exemplaar van de agenda wordt ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de ministers gezonden.

2. De voor de ministerraad bestemde stukken dienen ten minste één week voor de behandeling in de ministerraad in het bezit te zijn van de ministers en van de secretaris. Zij zijn voorzien van een daartoe bestemd aanbiedingsformulier.

 

                                                 Artikel 11

 

1. De minister‑president regelt de orde der werkzaamheden.

2. In de vergadering van de ministerraad worden alleen op de agenda vermelde stukken behandeld, tenzij de minister‑president in geval van hoge uitzondering toestemming verleent hiervan af te wijken.

3. Geen zaak wordt in de vergadering in behandeling genomen wanneer de minister wie de zaak in het bijzonder aangaat, niet tegenwoordig is, tenzij hijzelf had verzocht de zaak niet uit te stellen of de ministerraad van oordeel is, dat de behandeling geen uitstel gedoogt.

4. De ministerraad is bevoegd een zaak in handen van een of meer ministers te stellen teneinde daarover aan de ministerraad advies uit te brengen.

5. Op verzoek van een of meer ministers kan de ministerraad beslissen dat de vergadering ter voorlichting inzake met name aangewezen onderwerpen geheel of gedeeltelijk door derden wordt bijgewoond.

 

                                                 Artikel 12

 

Ministers nemen niet deel aan besluitvorming over aangelegenheden die zijn huidige dan wel vroegere belangen, functies, familie- of zakenrelaties raken, voorzover deelneming in strijd zou kunnen komen met een goede ambtsuitoefening.

 

 

 

                                                 Artikel 13

 

1. Voor het nemen van een beslissing is de tegenwoordigheid van meer dan de helft van het aantal ministers, de minister‑president of waarnemend minister‑president inbegrepen, vereist.


2. De beslissingen van de ministerraad worden bij meerderheid van stemmen genomen, waarbij iedere minister één stem heeft. De minister‑president stemt het laatst.

3. De stemming geschiedt mondeling. Onthoudt een minister zich van stemming, dan wordt de reden daarvan in het verslag, bedoeld in artikel 18, vermeld.

4. Bij staken van stemmen wordt het nemen van een beslissing tot een volgende vergadering uitgesteld. Staken de stemmen opnieuw, dan wordt de voordracht geacht te zijn verworpen.

5. Alle beslissingen van de ministerraad worden ondertekend door de minister‑president.

 

                                                 Artikel 14

 

1. Indien een minister een beslissing in strijd acht met zijn verantwoordelijkheid, geeft hij daarvan kennis aan de ministerraad.

2. Hij kan vorderen, dat van zijn afwijkend gevoelen aantekening wordt gehouden in het verslag, bedoeld in artikel 18.

        3. In geen geval handelt een minister tegen een beslissing van de ministerraad.

 

                                                 Artikel 15

 

De vergadering kan door de minister‑president voor ten hoogste vierentwintig uur worden geschorst.

 

                                                 Artikel 16

 

1. De minister‑president ziet toe op de totstandkoming van een samenhangend regeringsbeleid.

2. De minister‑president ziet toe op de uitvoering van de besluiten van de ministerraad.

3. De minister‑president kan in overeenstemming met het gevoelen van de raad nadere schriftelijke aanwijzingen vaststellen inzake de werkwijze van de ministerraad.

 

                                                 Artikel 17

 

Schriftelijke voordrachten door de ministerraad aan de Gouverneur alsmede alle overige schriftelijke stukken die uitgaan van de ministerraad, worden ondertekend door de minister‑president. 

 

                                                 Artikel 18

 

1. Van de vergaderingen wordt door de secretaris een besluitenlijst en een verslag opgemaakt.

2. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na afloop van de vergadering aan alle ministers gezonden.

3. Het verslag, met inbegrip van de besluitenlijst, wordt in de eerstvolgende vergadering behandeld en vastgesteld, waarna het door de minister‑president en de secretaris wordt ondertekend. Een afschrift van het vastgestelde verslag wordt ter kennisneming aan de Gouverneur gezonden. 

4. In afwijking van het derde lid wordt het verslag van de vergadering van de ministerraad die door de Gouverneur wordt bijgewoond, vastgesteld nadat de Gouverneur in de gelegenheid is gesteld daarover zijn oordeel kenbaar te maken.

 

                                         § 4. Geheimhouding

 

                                                 Artikel 19

 

1. Al hetgeen ter vergadering besproken wordt, de besluitenlijst, het verslag dan wel een uittreksel of een gedeelte daarvan, is geheim, tenzij de minister‑president of de ministerraad gehele of gedeeltelijke ontheffing van geheimhouding verleent.

2. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de vergaderingen van de in artikel 20 bedoelde commissies uit de ministerraad.

 

                                            § 5. Commissies

 

                                                 Artikel 20

 

1. De ministerraad kan bepaalde aangelegenheden ter voorbereiding toevertrouwen aan commissies, uit zijn midden aangewezen.

2. De voorzitter van deze commissies is de minister‑president, tenzij de ministerraad anders beslist.

3. De secretaris van de ministerraad is tevens secretaris van deze commissies.

 

                                           § 6. Slotbepaling

 

                                                 Artikel 21

 

De minister‑president zorgt ervoor dat dit reglement in acht wordt genomen.

No Comments »

LB Waarneming Ministers

Thursday, June 12th, 2008

Landsbesluit van 29 juni 1995 no. 1, houdende de be­kendmaking van de waarneming van de bevoegdheden van de ministers

 

Citeertitel:   Geen

 

Vindplaats : AB 1995 no. 54

 

Wijzigingen: Geen

 

===============================================

 

 

                                   DE GOUVERNEUR van Aruba,

 

 

                Op de voordracht van de minister van Algemene Zaken;

 

 

Gelet op de Landsverordening instelling ministeries;

 

 

                                          HEEFT BESLOTEN

 

 

I.      Te bepalen, dat:

a.     in geval van ontstentenis of verhindering van de ministers hun bevoegdheden ad interim worden waargenomen als volgt:

 

die van de minister van Algemene Zaken door de minister van Vervoer en Communicatie;

 

die van de minister van Financiën door de minister van Economische Zaken;

 

die van de minister van Vervoer en Communicatie door de minister van Publieke Werken en Volksgezondheid;

 

die van de minister van Economische Zaken door de minis­ter van Financi­ën;

 

die van de minister van Justitie door de minister van Welzijnszaken;

 

die van de minister van Publieke Werken en Volksgezond­heid door de minister van Justitie;

 

die van de minister van Welzijnszaken door de minister van Algemene Zaken;

 

b.     in geval van gelijktijdige ontstentenis of verhindering van een minister en zijn vervanger hun bevoegdheden ad interim worden waargenomen door de minister-president.

 

II.     Het landsbesluit van 16 februari 1995 no. 1, wordt hiermee ge­acht te zijn ingetrokken.

III.    Te bepalen, dat dit landsbesluit in het Afkondigingsblad wordt opgenomen.

 

 

                                                         Gegeven te Oranjestad, 29 juni 1995

 

O. Koolman

 

 

De minister-president,

J.H.A. Eman

No Comments »

Kiesverordening (afwijking)

Thursday, June 12th, 2008

LANDSVERORDENING van 28 juli 1994 tot afwijking van artikel 59 van de Kiesverordening (AB 1987 no. 110) ten behoeve van de op 29 juli 1994 te houden stemming voor de verkiezing van de leden der Staten

 

Citeertitel:      Geen

 

Vindplaats :    AB 1994 no. 32

 

Wijzigingen:    geen

 

===============================================

 

 

                                                 Artikel 1

 

In afwijking van artikel 59 van de Kiesverordening (AB 1987 no. 110) wordt tot de op 29 juli 1994 te houden stemming voor de verkiezing van de leden der Staten tevens toegelaten de tot deelneming hieraan bevoegde kiezer die in het bezit is van de oproepingskaart en zich kan legitimeren door middel van een geldig, door de Sociale Verzekeringsbank afgegeven identiteitsbewijs of een geldige identiteitskaart, afgegeven door de Nederlandse Antillen.

 

                                                 Artikel 2

 

Deze landsverordening treedt in werking met ingang van de dag na die van haar plaatsing in het Afkondigingsblad van Aruba.

1 Comment »

Landsverordening Politieke Partijen

Thursday, June 12th, 2008

Landsverordening houdende regels inzake politieke partijen

 

Citeertitel:   Landsverordening politieke partijen

 

Vindplaats : AB 2001 no. 96

 

Wijzigingen: Geen

 

===============================================

 

 

                                    § 1. Algemene bepalingen

 

                                                 Artikel 1

 

Een politieke partij in de zin van deze Landsverordening is een in Aruba gevestigde vereniging van personen die zich ten doel stelt het leveren van een bijdrage aan de gedachtevorming over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, het bevorderen van de politieke belangstelling en wilsvorming van de burgers en het selecteren en stellen van kandidaten voor de verkiezing van de leden van de Staten.

 

                                                 Artikel 2

 

Politieke partijen kunnen slechts aan de verkiezing van de leden van de Staten deelnemen, indien zij de in deze landsverordening gestelde voorwaarden en voorschriften in acht nemen.

 

                                      § 2. De Electorale Raad

 

                                                 Artikel 3

 

1. Er is een Electorale Raad.

2. De Electorale Raad functioneert onafhankelijk van de Staten en de regering.

 

                                                 Artikel 4

 

1. De Electorale Raad is belast met de bij of krachtens deze landsverordening aan hem opgedragen taken.

2. De Electorale Raad treedt tevens op als hoofdstembureau voor de verkiezing van de Staten.

 

                                                 Artikel 5

 

1. De Electorale Raad bestaat uit een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter en drie leden, welke laatste elk een plaatsvervanger kennen.

2. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden aangewezen door respectievelijk de president van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en de voorzitter van de Algemene Rekenkamer.

3. De drie politieke partijen op wier lijsten bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Staten de hoogste aantallen zijn uitgebracht, wijzen elk een lid en zijn plaatsvervanger aan.

 

 

                                                 Artikel 6

 

1. De in artikel 5, tweede lid, bedoelde leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Hij die ter vervulling van een opengevallen plaats is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.

2. De in artikel 5, derde lid, bedoelde leden worden voor een periode die eindigt een maand nadat de Staten na een verkiezing in nieuwe samenstelling voor het eerst zijn bijeengekomen.

 

                           § 3. De registratie van politieke partijen

 

                                                 Artikel 7

 

Een politieke partij dient door de Electorale Raad overeenkomstig de bepalingen van deze paragraaf te zijn geregistreerd.

 

                                                 Artikel 8

 

De registratie van een politieke partij door de Electorale Raad geldt tevens als de erkenning, krachtens artikel 1666 van het Burgerlijk Wetboek vereist om als rechtspersoon te kunnen optreden.

 

                                                 Artikel 9

 

1. Om door de Electorale Raad te kunnen worden geregistreerd, dient een politieke partij te zijn opgericht bij notariële akte waarin de statuten van de vereniging zijn opgenomen.

2. De statuten houden in ieder geval bepalingen in inzake:

1.    de naam van de politieke partij;

2.    de doelstelling van de partij;

3.    de verplichtingen die de leden tegenover de partij hebben, of de wijze waarop zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd;

4.    de wijze waarop het lidmaatschap wordt verkregen en beëindigd;

5.    de wijze van bijeenroeping van de algemene vergadering;

6.    de bevoegdheden van de algemene vergadering;

7.    de wijze van benoeming en ontslag van de bestuurders;

8.    de regeling van de vertegenwoordigingsbevoegdheid;

9.    de geldmiddelen en het beheer daarvan;

10.           een beperking van het stemgerechtigd lidmaatschap tot personen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de Staten;

11.           de verplichting tot het tijdig vóór de verkiezingen publiceren van een politiek programma;

12.           de procedure voor de opstelling van kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de Staten;

13.           de bevoegdheid tot wijziging van de statuten;

14.           de ontbinding van de vereniging.

 

                                                Artikel 10

 

1. Een verzoek tot registratie wordt schriftelijk bij de Electorale Raad ingediend.

2. Een verzoek tot registratie, ingediend binnen zes weken vóór de dag van kandidaatstelling, blijft voor daarop volgende verkiezing buiten behandeling.

 

Artikel 11

 

Bij het verzoek om registratie worden overgelegd:

a. een afschrift van de notariële akte waarbij de politieke partij is opgericht;


b. een verklaring van de partij, houdende aanwijzing van haar gemachtigde en plaatsvervangend gemachtigde bij de Electorale Raad, welke geldt, zolang zij niet door een andere is vervangen.

 

 

 

                                                Artikel 12

 

1. De gemachtigde en de plaatsvervangend gemachtigde van de politieke partij bij de Electorale Raad dienen kiesgerechtigd te zijn voor de verkiezing van de leden van de Staten.

2. Een gemachtigde of plaatsvervangend gemachtigde kan slechts voor één politieke partij als zodanig optreden.

 

                                                Artikel 13

 

1. De Electorale Raad beschikt op het verzoek binnen drie weken na de ontvangst ervan.

2. Indien het verzoek of de daarbij behorende stukken aanvulling of verbetering behoeven, stelt de Electorale Raad in plaats van op het verzoek te beschikken de verzoeker in de gelegenheid het verzoek of de daarbij behorende stukken aan te vullen of te verbeteren. In dat geval neemt de Electorale Raad een beschikking binnen drie weken na ontvangst van de aanvullingen of verbeteringen.

3. De Electorale Raad beschikt afwijzend op het verzoek om registratie, indien niet is voldaan aan in deze landsverordening gestelde vereisten.

 

                                                Artikel 14

 

1. Bij een verzoek om registratie van een politieke partij wordt tevens verzocht om registratie van de aanduiding die geplaatst zal worden boven door de partij in te dienen kandidatenlijsten.

2. De Electorale Raad beslist afwijzend op het verzoek, indien de aanduiding:

a. meer dan 35 letters of andere tekens bevat;

b. zodanig overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke partij of met een aanduiding waarvoor reeds een registratieverzoek in behandeling is genomen, dat daardoor verwarring is te duchten;

c.  anderszins misleidend is voor de kiezers;

d. strijdig is met de openbare orde.

 

                                                Artikel 15

 

Een politieke partij kan bij de Electorale Raad schriftelijk een verzoek indienen tot wijziging van de geregistreerde aanduiding. De artikelen 10, tweede lid, en 14, tweede lid, zijn op het verzoek van overeenkomstige toepassing.

 

                                                Artikel 16

 

1. De Electorale Raad besluit tot intrekking van de registratie van de politieke partij, wanneer:

a. de partij daartoe het verzoek doet;

b. de partij heeft opgehouden te bestaan;

c.  de statuten van de partij zodanig gewijzigd zijn, dat zij niet meer aan de in deze landsverordening gestelde vereisten voldoen;

d. de partij op grond van artikel 1681 van het Burgerlijk Wetboek vervallen is verklaard van haar hoedanigheid van rechtspersoon.

2. De Electorale Raad besluit tot schrapping van de geregistreerde aanduiding van een politieke partij:

a. in de gevallen, genoemd in het eerste lid;

b. indien de partij voor de laatstgehouden verkiezing van de leden van de Staten geen kandidatenlijst heeft ingediend.

                                                Artikel 17

 

Een geregistreerde politieke partij doet bij wijziging van de statuten een afschrift van de notariële akte waarin de wijziging is vastgesteld, aan de Electorale Raad toekomen.

 

                                                Artikel 18

 

1. De beslissing van de Electorale Raad op een verzoek tot registratie van een politieke partij en op een verzoek tot registratie van een aanduiding van een politieke partij of tot wijziging van een aanduiding wordt onverwijld aan de verzoeker medegedeeld  en  zo  spoedig  mogelijk  ter  openbare  kennis  gebracht  in de Landscourant van Aruba.

2. De statuten van een politieke partij, alsmede wijzigingen daarvan worden op kosten van de partij in de Landscourant van Aruba openbaar gemaakt.

 

                                                Artikel 19

 

1. Tegen een beschikking van de Electorale Raad op grond van deze landsverordening kan een belanghebbende beroep instellen bij het Gerecht in Eerste Aanleg.

2. Het beroep wordt uiterlijk ingediend op de zesde dag na de dagtekening van de Landscourant waarin de beschikking is opgenomen.

3. Tegen de beslissing van het Gerecht staat geen beroep open.

 

                                                Artikel 20

 

1. Het tijdstip van inwerkingtreding van deze landsverordening wordt vastgesteld in een landsverordening waarin tevens het invoerings- en overgangsrecht van de onderhavige landsverordening wordt geregeld.

2. Deze landsverordening kan worden aangehaald als Landsverordening politieke partijen.

 

No Comments »

Invoerings Verordening LV Politieke Partijen

Thursday, June 12th, 2008

LANDSVERORDENING tot wijziging van de Kiesverordening en houdende bepalingen in verband met de invoering en inwerkingtreding van de Landsverordening politieke partijen

 

Citeertitel:   Invoeringsverordening Landsverordening politieke partijen

 

Vindplaats : AB 2001 no. 100

 

Wijzigingen: Geen

 

===============================================

 

Artikel I

 

De Kiesverordening (AB 1987 no. 110) wordt als volgt gewijzigd:

 

1.    artikel 14 komt te luiden:

 

                                                Artikel 14

 

1. Voor de verkiezing van de Staten treedt de Electorale Raad als hoofdstembureau op.

2. Ten behoeve van de werkzaamheden als hoofdstembureau wordt het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister als adviserend lid aan de Electorale Raad toegevoegd.                                                                                          ;

 

B. artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

1. de eerste volzin van het eerste lid komt te luiden:

Op de dag der kandidaatstelling kunnen bij de Electorale Raad geregistreerde politieke partijen bij de voorzitter van het hoofdstembureau of bij het door deze aan te wijzen lid van dat bureau, ter plaatse waar dat bureau is gevestigd, van des voormiddags negen uur tot des namiddags vier uur kandidatenlijsten inleveren.                               ;

2. de eerste volzin van het tweede lid komt te luiden:

De inlevering der lijst geschiedt persoonlijk door de bij de Electorale Raad geregistreerde gemachtigde of plaatsvervangend gemachtigde van de partij.                       ;

 

C. in artikel 17, vierde lid wordt het woord “groepering” vervangen door: partij;                                                                                    

D. na artikel 18 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

                                               Artikel 18a

 

Boven de lijst wordt de bij de Electorale Raad geregistreerde aanduiding van de partij geplaatst.                                                                                             ;

 

E. artikel 19, eerste lid, onderdeel d, vervalt;                                             

 

F.  artikel 22, tweede lid, onderdeel f, komt te luiden:

f.  dat boven de lijst geen aanduiding van de politieke partij is geplaatst of een aanduiding die afwijkt van de geregistreerde aanduiding.                             ;


G. in artikel 25 wordt de punt na onderdeel f vervangen door een puntkomma en wordt het volgende onderdeel toegevoegd:

g. waarboven geen aanduiding is geplaatst of een aanduiding die afwijkt  van de bij de Electorale Raad geregistreerde aanduiding.                                                ;

 

H. in de tweede volzin van artikel 38, derde lid, worden de woorden “alsmede haar nummers” vervangen door: alsmede de aanduidingen van de politieke partijen en de lijstnummers;

 

I.  artikel 50, tweede lid, onderdeel c, komt te vervallen;

 

J.  artikel 53, eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:

c.  de kandidatenlijsten, het aan elke lijst toegekende nummer, de boven elke lijst geplaatste aanduiding van de politieke partij en, in voorkomend geval, de kleuropdruk moeten op het bedieningspaneel der machine op duidelijke wijze kunnen worden vermeld.        .

 

Artikel II

 

1. Deze landsverordening en de Landsverordening politieke partijen treden in werking met ingang van de eerste kalendermaand na de dag van plaatsing van deze landsverordening in het Afkondigingsblad van Aruba.

2. Indien binnen zes maanden na het in het eerste lid genoemde tijdstip kandidaatstelling voor de verkiezing van de leden van de Staten plaatsvindt, blijft bij die verkiezing de Landsverordening politieke partijen, met uitzondering van paragraaf 2, buiten toepassing en gelden de bepalingen van de Kiesverordening, met uitzondering van artikel 14, zoals deze luidden vóór de inwerkingtreding van de onderhavige landsverordening.

3. Deze landsverordening kan worden aangehaald als Invoeringsverordening Landsverordening politieke partijen.

No Comments »

Enquetteverordening

Thursday, June 12th, 2008

Landsbesluit van 11 juli 1989 no. 14, bepalende de opneming in de afzonderlijke afdeling van het Afkondigingsblad van Aruba van de geldende tekst van de Enquêteverordening.

 

Citeertitel: Enquêteverordening

 

Vindplaats :    AB 1989 no. GT 45

 

Wijzigingen:    Geen

 

===============================================

                                                 Artikel 1

 

1. Het besluit tot het instellen van een onderzoek (enquête) wordt, nadat het ontwerp vooraf is onderzocht, in een vergadering van de Staten genomen en bevat een nauwkeurige omschrijving van het onderwerp van onderzoek.

2. In de vergadering, in het eerste lid bedoeld, worden de leden der Staten aangewezen, die de commissie van onderzoek zullen vormen en tevens het aantal leden bepaald, waarvan de tegenwoordigheid wordt vereist voor het afnemen van verhoren. De commissie zal bestaan uit een lid, tevens voorzitter, en ten minste vier andere leden.

3. Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing in geval van aanvulling of beperking van het onderwerp alsmede van staking van het onderzoek, en van wijziging van de samenstelling dan wel ontbinding van de commissie.

 

                                                 Artikel 2

 

Besluiten als bedoeld in artikel 1, worden bekendgemaakt door plaatsing van een uittreksel van de notulen van de desbetreffende vergadering in de Landscourant van Aruba.

 

                                                 Artikel 3

 

1. Van het tijdstip van de eerste bekendmaking af, zijn allen die zich op het grondgebied van Aruba bevinden, verplicht aan de door de commissie van onderzoek uitgevaardigde oproepingen tot verhoor als getuige of deskundige te voldoen.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn alle openbare ambtenaren gehouden om in overeenstemming met de bepalingen van deze landsverordening, gevolg te geven aan de vorderingen van de commissie, welke deze tot uitvoering van haar last nodig oordeelt.

 

                                                 Artikel 4

 

1. De Gouverneur kan slechts met zijn toestemming worden gehoord.

2. Na verkregen toestemming begeeft de commissie van onderzoek zich naar de Gouverneur.

3. Op dit verhoor zijn de bepalingen van de artikelen 7 en 9 van toepassing.

 

                                                 Artikel 5

 

1. De getuigen en deskundigen verschijnen voor de commissie van onderzoek of, in een geval als bedoeld in artikel 10, voor het commissielid, hetzij op een schriftelijke oproeping, hetzij ingevolge dagvaarding.

2. Dagvaarding geschiedt op last van de commissie van onderzoek door de deurwaarders voor burgerlijke zaken bij het gerecht in eerste aanleg.

3. De getuigen en deskundigen worden in persoon of te hunner woon- of verblijfplaats gedagvaard, met inachtneming van een door de commissie te bepalen termijn van ten minste drie vrije dagen.

 

                                                 Artikel 6

 

De commissie van onderzoek houdt zitting en verhoort getuigen en deskundigen in een van de vertrekken van de Staten.

 

                                                 Artikel 7

 

1. De commissie van onderzoek kan het verhoor van getuigen of deskundigen, mits deze de ouderdom van zestien jaren vervuld hebben, onder ede doen plaats hebben.

2. Ten aanzien van de Gouverneur is het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

3. Onder ede gehoord wordende, zweert (belooft), op de wijze van ieders godsdienstige gezindheid,

de getuige: de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen;

de deskundige: zijn verslag naar eer en geweten, en overeenkomstig zijn beste wetenschap, te zullen uitbrengen.

 

                                                 Artikel 8

 

1. Indien voor het verhoor van getuigen of deskundigen de bijstand van een tolk nodig mocht blijken, wordt deze door de commissie van onderzoek of, in een geval als bedoeld in artikel 10, door het commissielid aangewezen.

2. Alvorens zijn werkzaamheden aan te vangen, legt de tolk de een (belofte) af, dat hij de van hem als tolk gevorderde diensten met getrouwheid en naar zijn geweten zal verrichten.

 

                                                 Artikel 9

 

De voor de commissie van onderzoek of, in een geval als bedoeld in artikel 10, voor het commissielid afgelegde verklaringen of gegeven berichten worden op schrift gesteld, aan de getuigen of deskundigen voorgelezen en, na het aanbrengen van gewenste veranderingen en bijvoegingen, door deze ondertekend. Indien de betrokkene niet kan ondertekenen, wordt daarvan melding gemaakt.

 

                                                Artikel 10

 

Indien een getuige of deskundige door ongesteldheid, ouderdom, invaliditeit of enige andere voor de commissie van onderzoek aannemelijke reden verhinderd wordt om op de aangewezen plaats te verschijnen, kan de commissie een van haar leden aanwijzen, die hem in zijn woning of verblijfplaats zal ondervragen.