LBham Modelformulieren en Stemdistricten
Thursday, June 12th, 2008LANDSBESLUIT, houdende algemene maatregelen, tot vaststelling van modelformulieren en stemdistricten ter uitvoering van de Kiesverordening (A.B. 1987, 110)
Citeertitel: Kiesbesluit
Vindplaats : AB 1987 no. 115
Wijzigingen: AB 1988 no. 149; AB 1992 no. 105; AB 1992 no. 118; AB 1997 no. 63; AB 2001 no. 116
===============================================
§ 1. De modellen
Artikel 1
1. Voor de kaart van het kiezersregister, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Kiesverordening (A.B. 1987, 110), wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model I.
2. De kaart is vervaardigd van karton, in de kleur groen.
3. De kaart wordt kiezerskaart genoemd.
Artikel 2
Voor het verzoekschrift, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model II.
Artikel 3
Voor de kandidatenlijst, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model III.
Artikel 4
Voor de schriftelijke verklaring van bewilliging in de kandidaatstelling, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder a, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model IV.
Artikel 5
Voor de schriftelijke verklaring van ontvangst van de waarborgsom, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model V.
Artikel 6
1. Voor de kaart tot oproeping voor de stemming, bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model VI.
2. De kaart is vervaardigd van karton, in de kleur chamois.
3. De kaart wordt oproepingskaart genoemd.
Artikel 7
Voor de lijst houdende het afschrift van of het uittreksel uit het kiezersregister, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onder a, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit Landsbesluit behorende model VII.
Artikel 8
Voor de staat van inlichtingen, bedoeld in artikel 49, zesde lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model VIII.
Artikel 9
Voor het stembiljet, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model IX.
Artikel 10
1. Voor het proces‑verbaal van de zitting van een stembureau, bedoeld in artikel 68, tweede lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model X‑a.
2. Voor het proces‑verbaal van de zitting van een stembureau, bedoeld in artikel 80, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model X‑b.
Artikel 11
1. Voor het proces‑verbaal van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XI‑a.
2. Voor het proces‑verbaal van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XI‑b.
3. Voor het proces‑verbaal van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XI‑c.
4. Voor het proces‑verbaal van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XI‑d.
5. Voor het proces‑verbaal van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 100 van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XI‑e.
6. Voor het proces‑verbaal van de zitting van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 112, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XI‑f.
Artikel 12
1. Voor het proces‑verbaal, op te maken in het geval, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende modellen XII‑a.
2. Voor de processen‑verbaal, op te maken in de gevallen, bedoeld in artikel 89, tweede lid, van de Kiesverordening, worden vastgesteld de bij dit landsbesluit behorende modellen XII‑b, respectievelijk XII‑c.
3. Voor het proces‑verbaal, op te maken in het geval, bedoeld in artikel 89, derde lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XII‑d.
4. Voor het proces‑verbaal, op te maken in het geval, bedoeld in artikel 89, vierde lid, van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XII‑e.
Artikel 13
Voor het besluit van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 90 van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XIII.
Artikel 14
1. Voor het besluit van de voorzitter van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 113 van de Kiesverordening, wordt vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende model XIV‑a.
2. Voor de besluiten van de voorzitter van het hoofdstembureau, bedoeld in artikel 114 van de Kiesverordening, worden vastgesteld het bij dit landsbesluit behorende modellen XIV‑b, onderscheidenlijk XIV‑c.
§2. De verdeling in stemdistricten
Artikel 15
Het land is verdeeld in stemdistricten overeenkomstig de bij dit landsbesluit behorende bijlage XV.
Artikel 16
(vervallen)
§ 3. De uitoefening van het kiesrecht
door personen aan wie rechtmatig
hun vrijheid is ontnomen
Artikel 17
Deze paragraaf is niet van toepassing indien bij de stemming gebruik wordt gemaakt van een of meer stemmachines.
Artikel 18
1. In afwijking van artikel 33, derde lid, van de Kiesverordening kunnen personen aan wie rechtmatig hun vrijheid is ontnomen stemmen in het bijzonder stemlokaal ter plaatse waar zij zijn gedetineerd.
2. Er is een bijzonder stemlokaal:
a. in het Correctie Instituut van Aruba;
b. in de politiewacht te Oranjestad;
c. in de politiewacht te San Nicolaas.
3. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister wijst na overleg met de leiding van de in het tweede lid genoemde inrichtingen belaste ambtenaren in elk van die inrichtingen een als bijzonder stemlokaal geschikte ruimte aan.
Artikel 19
1. In de bijzondere zittingslokalen wordt zitting gehouden door het bijzonder stembureau.
2. Het bijzonder stembureau bestaat uit drie leden. Er worden geen plaatsvervangende leden benoemd.
Artikel 20
Voor zover uit deze paragraaf niet anders voortvloeit, zijn op de stemming in de bijzondere stemlokalen, de inrichting van de bijzondere stemlokalen, alsmede op de samenstelling, de bevoegdheden en de werkwijze van het bijzonder stembureau de te dier zake bij of krachtens de Kiesverordening gestelde voorschriften ten aanzien van de stemlokalen en stembureaus in de stemdistricten van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
1. De stemming in de bijzondere stemlokalen heeft plaats gedurende de periode dat het bijzonder stembureau ter plaatse zitting houdt.
2. Het bijzonder stembureau houdt op de dag der stemming in de periode gelegen tussen des voormiddags acht uur en des middags twaalf uur zitting:
a. in het Correctie Instituut van Aruba, gedurende ten minste één uur;
b. in de politiewacht te Oranjestad, gedurende ten minste 20 minuten;
c. in de politiewacht te San Nicolaas, gedurende ten minste 20 minuten.
3. De met de leiding van de in het tweede lid genoemde inrichtingen belaste ambtenaren zijn verplicht de gedetineerde die bevoegd is aan de stemming deel te nemen, in de gelegenheid te stellen in het bijzonder stemlokaal zijn stem uit te brengen.
Artikel 22
In afwijking van artikel 48, eerste lid, van de Kiesverordening bevindt zich in het bijzonder stemlokaal geen stembus.
Artikel 23
1. In plaats van het in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, van de Kiesverordening genoemde afschrift of uittreksel ligt op de tafel van het bijzonder stembureau een afschrift of uittreksel van het kiezersregister, bevattende een opgave van alle kiezers die bevoegd zijn om aan de stemming deel te nemen.
2. Voorts ligt op de tafel een aantal ledige enveloppen, overeenkomend met het geschatte aantal kiezers dat in het bijzonder stemlokaal aan de stemming zal deelnemen, vermeerderd met een factor van 10 ten 100 en van een formaat voldoende groot om een op de wettelijk voorgeschreven dichtgevouwen stembiljet, alsmede een oproepingskaart te bevatten.
3. Het formaat van de enveloppen, alsmede het aantal dat in elk der bijzondere stemlokalen aanwezig moet zijn wordt vastgesteld door het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregistratie; deze draagt er tevens zorg voor, dat in ieder der bijzondere stemlokalen het vastgestelde aantal enveloppen in een verzegeld pak aanwezig is.
Artikel 24
1. Het hoofd van het Bureau Burgerlijke Stand en Bevolkingsregistratie stelt in aanvulling op het aantal krachtens artikel 51, eerste lid, van de Kiesverordening vastgestelde stembiljetten, het in elk der bijzondere stemlokalen benodigde aantal stembiljetten vast. Dit aantal dient overeen te stemmen met het geschatte aantal kiezers, dat in het bijzondere stemlokaal aan de stemming zal deelnemen, vermeerderd met een factor van 20 ten 100.
2. Het in het eerste lid genoemde hoofd draagt zorg, dat vóór de aanvang der stemming op elk stembureau het benodigde aantal stembiljetten in een verzegeld pak aanwezig is.
Artikel 25
1. Nadat de voorzitter van het bijzonder stembureau de zitting in het bijzondere stemlokaal heeft geopend worden de kiezers tot het bijzondere stemlokaal toegelaten.
2. In afwijking van artikel 65, eerste lid, van de Kiesverordening is de toegang tot het bijzondere stemlokaal onderworpen aan de door de met de leiding van de inrichting belaste ambtenaar vastgestelde beperkingen, verband houdende met de bijzondere aard van de inrichting.
Artikel 26
In afwijking van artikel 59 van de Kiesverordening kan legitimatie van de kiezer bij ontbreken van een officieel identiteitsbewijs tevens plaatsvinden door vaststelling van diens identiteit door of namens de met de leiding van de inrichting belaste ambtenaar.
Artikel 27
1. De kiezer overhandigt aan de voorzitter van het bijzonder stembureau de oproepingskaart.
2. De voorzitter noemt duidelijk verstaanbaar het nummer waaronder de kiezer volgens de oproepingskaart in het kiezersregister voorkomt, alsmede het nummer van het stemdistrict waar deze is geregistreerd.
3. De voorzitter vermeldt op een der enveloppen, bedoeld in artikel 23, tweede en derde lid, het nummer van het stemdistrict waar de kiezer is geregistreerd en voorziet deze vermelding van zijn paraaf.
4. Vervolgens overhandigt de voorzitter aan de kiezer een stembiljet, dat zodanig is dichtgevouwen, dat de handtekening van de voorzitter van het hoofdstembureau zichtbaar is.
5. De voorzitter houdt aantekening van het aantal uitgereikte stembiljetten, alsmede van het aantal kiezers dat weigert een stembiljet in ontvangst te nemen.
6. Het bijzonder stembureau is bevoegd om overeenkomstig artikel 38, vierde lid, van de Kiesverordening aan de kiezer een nieuwe oproepingskaart uit te reiken.
Artikel 28
1. Nadat de kiezer overeenkomstig artikel 61, eerste en tweede lid, van de Kiesverordening heeft gestemd en het stembiljet heeft dichtgevouwen, begeeft hij zich onmiddellijk met het stembiljet naar de voorzitter van het bijzonder stembureau.
2. De voorzitter van het bijzonder stembureau doet de kiezer het stembiljet in de envelop, bedoeld in artikel 27, derde lid, steken. Hij overtuigt zich, zonder het stembiljet in handen te nemen, dat dit de handtekening van de voorzitter van het hoofdstembureau draagt.
3. Vervolgens voegt de voorzitter de oproepingskaart van de kiezer bij het stembiljet in de envelop en sluit en verzegelt deze.
4. Het derde lid van het bijzonder stembureau houdt aantekening van het aantal verzegelde enveloppen.
Artikel 29
1. De kiezer die na waarschuwing de wettelijke voorschriften omtrent de stemming niet opvolgt, wordt niet de gelegenheid geboden zijn stembiljet in de envelop te steken en is verplicht het stembiljet, zo hem dit reeds overhandigd is, terug te geven.
2. De kiezer die, hoewel daartoe de gelegenheid geboden, weigert het stembiljet in de envelop te steken, is verplicht dit terug te geven.
3. Artikel 62, tweede lid, van de Kiesverordening is van toepassing.
4. Weigert een kiezer het stembiljet terug te geven dan houdt de voorzitter daarvan aantekening met vermelding van de naam en het nummer, zoals deze op de oproepingskaart voorkomen.
Artikel 30
1. Nadat de voorzitter met inachtneming van artikel 21, tweede lid, de zitting van het bijzonder stembureau heeft gesloten, worden alleen de zich op dat ogenblik in of aan de deur van het stemlokaal of in een ten behoeve van de stemming door de met de leiding van de inrichting belaste ambtenaar aangewezen wachtruimte bevindende kiezers nog tot de stemming toegelaten.
2. Onmiddellijk nadat de stemming in het bijzondere stemlokaal is geëindigd worden door het bijzonder stembureau in afzonderlijke verzegelde pakken ingepakt:
a. de niet gebruikte stembiljetten;
b. de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;
c. de niet gebruikte enveloppen.
3. Vervolgens wordt van de werkzaamheden van het bijzonder stembureau in het bijzondere stemlokaal proces-verbaal opgemaakt overeenkomstig het bij dit landsbesluit behorende model X-c. Het proces-verbaal wordt door alle leden van het bijzonder stembureau getekend.
4. Met medeneming van de in het tweede lid genoemde pakken, het proces-verbaal, alsmede van de verzegelde enveloppen, bevattende de ingevulde stembiljetten en de oproepingskaarten, begeeft het bijzonder stembureau zich vervolgens naar het volgende bijzondere stemlokaal.
Artikel 31
Nadat de stemming in alle bijzondere stemlokalen is geëindigd, rangschikt de voorzitter van het bijzonder stembureau de verzegelde enveloppen, bevattende de ingevulde stembiljetten en de oproepingskaarten, naar stemdistrict en sluit deze in een voor elk stemdistrict afzonderlijk te verzegelen pak. De voorzitter vermeldt op elk pak het nummer van het betrokken stemdistrict en voorziet deze vermelding van zijn paraaf.
Artikel 32
1. Vóór des namiddags zeven uur worden de verzegelde pakken, bedoeld in artikel 31, door het bijzonder stembureau naar de desbetreffende stembureaus gebracht.
2. De voorzitter van het bijzonder stembureau overhandigt het pak aan de voorzitter van het stembureau.
3. De voorzitter van het stembureau opent het pak.
4. Vervolgens opent de voorzitter van het stembureau een verzegelde envelop en neemt daaruit de oproepingskaart en het ingevulde stembiljet.
5. De voorzitter van het stembureau noemt duidelijk verstaanbaar het nummer waaronder de kiezer volgens de oproepingskaart in het afschrift van of uittreksel uit het Kiezersregister voorkomt.
6. Het tweede lid van het stembureau noemt de naam die in het afschrift van of uittreksel uit het Kiezersregister bij het door de voorzitter van het stembureau genoemde nummer is vermeld. De voorzitter van het stembureau controleert de naam aan de hand van de oproepingskaart.
7. Indien de naam en het nummer op de oproepingskaart overeenstemt met de naam en het nummer in het afschrift of het uittreksel uit het kiezersregister, wordt zulks gelijkgesteld met een melding van de kiezer bij het stembureau en wordt daarvan overeenkomstig artikel 60, vierde lid, van de Kiesverordening aantekening gemaakt.
8. Vervolgens steekt de voorzitter van het stembureau het stembiljet in de stembus.
9. Indien het op de verzegelde envelop vermelde nummer van het stemdistrict niet overeenkomt met het nummer van het stemdistrict waar de kiezer volgens de oproepingskaart is geregistreerd, worden het stembiljet en de oproepingskaart door de voorzitter van het stembureau wederom in de envelop gesloten en wordt de envelop wederom verzegeld. De voorzitter van het stembureau haalt de onjuiste vermelding op de envelop door en voorziet deze van het juiste nummer van het stemdistrict en van zijn paraaf. Vervolgens overhandigt hij de verzegelde envelop aan de voorzitter van het bijzonder stembureau. Het bijzonder stembureau brengt de verzegelde envelop tijdig naar het juiste stembureau. Aldaar wordt zoveel mogelijk gehandeld overeenkomstig het eerste tot en met het achtste lid.
Artikel 33
Nadat het bijzonder stembureau de verzegelde pakken, bedoeld in artikel 31, naar de stembureaus heeft gebracht, worden de processen-verbaal bedoeld in artikel 30, derde lid, te zamen met de verzegelde pakken, bedoeld in artikel 30, tweede lid, door de voorzitter of een door deze aan te wijzen lid van het bijzonder stembureau naar de voorzitter van het hoofdstembureau overgebracht.
§4. Slotbepalingen
Artikel 34
1. Dit landsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na die van zijn plaatsing in het Afkondigingsblad van Aruba.
2. Het kan worden aangehaald als Kiesbesluit.
BIJLAGEN BEHORENDE
BIJ HET
KIESBESLUIT
BIJLAGE I
Kiezerskaart
|
|
|
|
NAAM…………………………………….
VOORNAMEN……………………………
GEBOORTEDATUM……………………..
GEBOORTEPLAATS…………………….
ADRES…………………………………..
|
Nummer van het stemdistrict
|
|
Waarmerking der wijzigingen
|
|
|
AANTEKENINGEN
|
|
BIJLAGE II
Verzoek verbetering kiezersregister
Aan de heer Rechter in het gerecht in eerste aanleg van Aruba…………………
Ondergetekende 1)………………………………………………………………………
geboren te. . . . . . . . . . . . .de……………………………………………………….
wonende in………………………………………………………………………………..
aan het adres…………………………………………………………………………….
verzoekt hierbij aanvulling verbetering van het ingevolge artikel 7 van de Kiesverordening bijgehouden kiezersregister, in verband met het volgende.
-* dat immers verzoekerverzoekster
-* . . . . . . . .1)
geboren te . . . . . . . . . . . de…………………………………………………………
wonende in ……………………………………………………………………………….
aan het adres ……………………………………………………………………………
hoewel
-* kiezer ingevolge artikel 3 van de kiesverordening en niet van de uitoefening van het kiesrecht uitgesloten ingevolge artikel 4 van de Kiesverordening, niet in het kiezersregister is opgenomen;
-* hoewel geen kiezer ingevolge artikel 3 van de Kiesverordening niettemin in het kiezersregister is opgenomen;
-* hoewel van de uitoefening van het kiesrecht uitgesloten ingevolge artikel 4 van de Kiesverordening, niettemin in het kiezersregister is opgenomen.
dat ter staving van het vorenstaande
……………………………………………………………………………………………..
……………………………………………………………………………………………..
……………………………………………………………………………………………..
1)……………………………………………………………..
2)……………………………………………………………..
*) doorhalen hetgeen niet van toepassing is.
1) naam en voornamen voluit
2) dagtekening
3) handtekening
BIJLAGE III
Kandidatenlijst
Kandidatenlijst voor de op …………………………………………………………….
te houden stemming ter verkiezing van de leden van de Staten, ingeleverd door
wonende in ……………………………………………………………………………….
aan het adres ……………………………………………………………………………
|
Nr. |
Naam 1) |
Voorletters of voornamen |
Datum van geboorte |
Woonplaats en adres |
|
1 |
|
|
|
|
|
2 |
|
|
|
|
|
3 |
|
|
|
|
|
4 |
|